Art. 12 Verordening (EU) nr. 65/2011, Controles ter plaatse
1. Het totale aantal controles ter plaatse van de in de loop van elk kalenderjaar ingediende betalingsaanvragen betreft ten minste 5 % van alle begunstigden die onder het toepassingsgebied van deze titel vallen. In het geval van de in artikel 36, onder a), punt iv), van Verordening (EG) nr. 1698/2005 bedoelde maatregel moet evenwel op het niveau van de maatregel aan dit percentage van 5 % worden voldaan.
Aanvragers van wie de aanvraag blijkens de administratieve controles niet aan de subsidiabiliteitscriteria voldoet, maken geen deel uit van het in de eerste alinea genoemde minimumaantal begunstigden dat aan een controle wordt onderworpen.
2. Indien bij de controles ter plaatse belangrijke onregelmatigheden met betrekking tot een bepaalde maatregel of in een regio of deelregio worden vastgesteld, verricht de bevoegde autoriteit in het lopende jaar de nodige extra controles ter plaatse en verhoogt zij dienovereenkomstig het percentage begunstigden bij wie in het volgende jaar een controle ter plaatse moet worden verricht.
3. De steekproef voor de uit hoofde van lid 1 te verrichten controles ter plaatse wordt geselecteerd overeenkomstig artikel 31 van Verordening (EG) nr. 1122/2009. Op grond van de in dat artikel bedoelde risicoanalyse kunnen de lidstaten specifieke maatregelen van de begunstigden voor de controle ter plaatse selecteren.
4. Ten aanzien van de begunstigden van meerjarige maatregelen waarmee betalingen over een periode van meer dan vijf jaar zijn gemoeid, kunnen de lidstaten besluiten om na het vijfde betalingsjaar ten minste 2,5 % van deze begunstigden te controleren.
Begunstigden die in het kader van het onderhavige lid, eerste alinea, worden gecontroleerd, tellen niet mee voor de toepassing van lid 1, eerste alinea.