Art. 261 Richtlijn 2009/138/EG, Moederondernemingen van buiten de Gemeenschap: gelijkwaardigheid
1. Als sprake is van gelijkwaardig toezicht als bedoeld in artikel 260, vertrouwen de lidstaten op het gelijkwaardige groepstoezicht dat wordt uitgeoefend door de toezichthoudende autoriteiten van het derde land, overeenkomstig lid 2.
2. De artikelen 247 tot en met 258 gelden mutatis mutandis voor de samenwerking met toezichthoudende autoriteiten van derde landen.