Art. 263 Richtlijn 2009/138/EG, Moederondernemingen van buiten de Gemeenschap: niveaus
Ingeval de in artikel 260 bedoelde moederonderneming zelf een dochteronderneming van een verzekeringsholding met hoofdkantoor buiten de Gemeenschap, dan wel een verzekerings- of herverzekeringsonderneming van een derde land is, voeren de lidstaten de verificatie waarin artikel 260 voorziet, alleen uit op het niveau van de uiteindelijke moederonderneming die een verzekeringsholding van een derde land, een verzekeringsonderneming van een derde land of een herverzekeringsonderneming van een derde land is.
De lidstaten staan hun toezichthoudende autoriteiten evenwel toe om, bij gebreke van een gelijkwaardig toezicht als bedoeld in artikel 260, een nieuwe verificatie uit te voeren op een lager niveau waar er een moederonderneming van verzekerings- of herverzekeringsondernemingen bestaat, ongeacht of het een verzekeringsholding van een derde land, een verzekeringsonderneming van een derde land of een herverzekeringsonderneming van een derde land betreft.
In een dergelijk geval legt de in artikel 260, lid 1, tweede alinea, bedoelde toezichthoudende autoriteit haar besluit uit aan de groep.
Artikel 262 is mutatis mutandis van toepassing.