Art. 264 Richtlijn 2009/138/EG, Samenwerking met toezichthoudende autoriteiten van derde landen

Richtlijn 2009/138/EG

1. De Commissie kan aan de Raad voorstellen doen voor onderhandelingen over overeenkomsten met één of meer derde landen over de middelen tot praktische uitoefening van het groepstoezicht op:

a) verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die als deelnemende ondernemingen ondernemingen in de zin van artikel 213 met hoofdkantoor in een derde land hebben; alsmede

b) verzekeringsondernemingen van derde landen of herverzekeringsondernemingen van derde landen die als deelnemende ondernemingen ondernemingen in de zin van artikel 213 met hoofdkantoor in de Gemeenschap hebben.

2. De in lid 1 bedoelde overeenkomsten hebben in het bijzonder ten doel te waarborgen dat:

a) de toezichthoudende autoriteiten van de lidstaten de informatie kunnen verkrijgen die nodig is voor het toezicht op groepsniveau op verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die hun hoofdkantoor in de Gemeenschap hebben en die dochterondernemingen of deelnemingen in ondernemingen buiten de Gemeenschap hebben; alsmede

b) de toezichthoudende autoriteiten van derde landen de informatie kunnen verkrijgen die nodig is voor het toezicht op groepsniveau op verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die hun hoofdkantoor op hun grondgebied hebben en die dochterondernemingen of deelnemingen in ondernemingen in één of meer lidstaten hebben.

3. Onverminderd artikel 300, leden 1 en 2, van het Verdrag onderzoekt de Commissie, bijgestaan door het Europees Comité voor verzekeringen en bedrijfspensioenen, het resultaat van de in lid 1 bedoelde onderhandelingen.