Art. 256 Richtlijn 2009/138/EG, Verslag over de solvabiliteit en financiële toestand van de groep
1. De lidstaten schrijven voor dat deelnemende verzekerings- en herverzekeringsondernemingen of verzekeringsholdings jaarlijks een verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand op het niveau van de groep openbaar moeten maken. De artikelen 51 en 53 tot en met 55 zijn mutatis mutandis van toepassing.
2. Indien een deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming of een verzekeringsholding daartoe besluit en de groepstoezichthouder daarmee instemt, kan zij één enkel verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand verstrekken, dat het volgende bevat:
a) de informatie op het niveau van de groep welke overeenkomstig lid 1 openbaar moet worden gemaakt;
b) de informatie voor een van de dochterondernemingen binnen de groep welke overeenkomstig de artikelen 51 en 53 tot en met 55 individueel te identificeren moet zijn en openbaar moet worden gemaakt.
Alvorens overeenkomstig de eerste alinea zijn instemming te geven raadpleegt de groepstoezichthouder de leden van het college van toezichthouders, waarbij hij naar behoren rekening houdt met hun standpunten en voorbehouden.
3. Indien het in lid 2 bedoelde verslag niet de informatie bevat die de toezichthoudende autoriteit die aan een dochteronderneming binnen een groep vergunning heeft verleend, van vergelijkbare ondernemingen verlangt, en indien wezenlijke informatie ontbreekt, heeft de betrokken toezichthoudende autoriteit de bevoegdheid om van de betrokken dochteronderneming te verlangen dat zij de nodige aanvullende informatie openbaar maakt.
4. De Commissie neemt uitvoeringsmaatregelen aan waarin nadere invulling wordt gegeven aan de informatie die bekend moet worden gemaakt, en aan de wijze waarop dit dient te geschieden in het dubbelverslag over de solvabiliteit en de financiële positie.
Deze maatregelen die beogen niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn te wijzigen door deze aan te vullen, worden vastgesteld volgens de regelgevingsprocedure met toetsing van artikel 301, lid 3.