Art. 25 Verordening (EG) nr. 889/2008, Specifieke voorschriften inzake ziektepreventie en diergeneeskundige behandeling in de bijeenteelt

Verordening (EG) nr. 889/2008

1. Voor de bescherming van ramen, kasten, raten, met name tegen plagen mogen alleen rodenticiden (uitsluitend in vallen) en daartoe geëigende, in bijlage II opgenomen producten worden gebruikt.

2. Fysische behandelingen voor de ontsmetting van de bijenstallen, zoals het gebruik van stoom en rechtstreeks vuur, zijn toegestaan.

3. Het vernietigen van het mannelijk broed is enkel toegestaan als middel om besmetting door Varroa destructor tegen te gaan.

4. Indien de kolonies ondanks alle preventieve maatregelen toch ziek worden of besmet geraken, moeten zij onmiddellijk worden behandeld, zo nodig door de kolonies in speciale bijenstallen af te zonderen.

5. Geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik mogen slechts in de biologische bijenteelt worden gebruikt voor zover het gebruik ervan voor het beoogde doel in de betrokken lidstaat is toegestaan overeenkomstig de betreffende communautaire bepalingen of op grond van het Gemeenschapsrecht vastgestelde nationale bepalingen.

6. Bij besmetting met Varroa destructor is het gebruik van mierenzuur, melkzuur, azijnzuur, oxaalzuur, menthol, thymol, eucalyptol en kamfer toegestaan.

7. Gedurende de periode waarin een behandeling met chemisch gesynthetiseerde, allopathische producten wordt toegepast, moeten de behandelde kolonies in speciale bijenstallen worden afgezonderd en moet alle bijenwas worden vervangen door bijenwas die afkomstig is van de biologische bijenteelt. Daarna geldt voor die kolonies de in artikel 38, lid 3, vastgestelde omschakelingsperiode van één jaar.

8. Het bepaalde in lid 7 geldt niet voor de in lid 6 genoemde producten.

Vorige artikelen

Volgende artikelen