Art. 21 Verordening (EG) nr. 889/2008, Omschakelingsdiervoeders

Verordening (EG) nr. 889/2008

1. Maximaal 30 % van het voederrantsoen mag bestaan uit omschakelingsdiervoeders. Dit aandeel mag tot 60 % worden verhoogd indien de omschakelingsdiervoeders afkomstig zijn van een eenheid van het eigen bedrijf.

2. Het begrazen of de oogst van percelen blijvende voedergewassen of blijvend grasland die zich in het eerste omschakelingsjaar bevinden, mag maximaal 20 % van de totale gemiddelde hoeveelheid gevoederde diervoeders vormen, op voorwaarde dat deze percelen van het eigen bedrijf zijn en tijdens de laatste vijf jaar geen deel hebben uitgemaakt van een biologischeproductie-eenheid van dat bedrijf. Wanneer gebruik wordt gemaakt van zowel omschakelingsdiervoeders als diervoeders afkomstig van percelen die zich in het eerste omschakelingsjaar bevinden, mag het totale percentage van die diervoeders samen niet hoger zijn dan de in lid 1 vastgestelde maximumpercentages.

3. De in de leden 1 en 2 opgenomen cijfers worden jaarlijks berekend als percentage van de droge stof van diervoeders van plantaardige oorsprong.

Vorige artikelen

Volgende artikelen