Art. 24 Verordening (EG) nr. 889/2008, Diergeneeskundige behandeling

Verordening (EG) nr. 889/2008

1. Dieren die ondanks de in artikel 14, lid 1, onder e) i), van Verordening (EG) nr. 834/2007 bedoelde preventieve maatregelen ter waarborging van de diergezondheid toch ziek worden of gewond geraken, moeten onmiddellijk worden behandeld, zo nodig in afzondering en in aangepaste huisvesting.

2. Fytotherapeutische producten, homeopathische producten, spoorelementen en in bijlage V, deel 3, en bijlage VI, deel 1.1, opgenomen producten zijn te verkiezen boven chemisch gesynthetiseerde, allopathische geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik of antibiotica, mits hun therapeutisch effect doeltreffend is voor de betreffende diersoort en de aandoening waarop de behandeling is gericht.

3. Indien het gebruik van de in de leden 1 en 2 bedoelde producten niet doeltreffend is bij de bestrijding van een ziekte of een verwonding en een behandeling absoluut noodzakelijk is om lijden of pijn voor het dier te voorkomen, mogen chemisch gesynthetiseerde, allopathische geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik of antibiotica worden gebruikt onder de verantwoordelijkheid van een dierenarts.

4. Behalve in het geval van inentingen, behandelingen tegen parasieten en verplichte uitroeiingsschema’s is het verboden om individuele dieren of groepen dieren die binnen twaalf maanden meer dan drie reeksen behandelingen ondergaan met chemisch gesynthetiseerde, allopathische geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik of antibiotica, of die meer dan een reeks behandelingen ondergaan indien de productieve levenscyclus minder dan een jaar bedraagt, alsmede de van die individuele dieren of groepen dieren afkomstige producten, te verkopen als biologische producten, en moeten de in artikel 38, lid 1, bedoelde omschakelingsperioden op de dieren worden toegepast.

Bewijsstukken van dergelijke gevallen moeten ter beschikking van de controlerende autoriteit of het controleorgaan worden gehouden.

5. De wachttijd tussen de laatste toediening van een allopathisch geneesmiddel voor diergeneeskundig gebruik aan een dier onder normale gebruiksomstandigheden en de productie van biologisch geproduceerde levensmiddelen afkomstig van dergelijke dieren dient het dubbele van de in artikel 11 van Richtlijn 2001/82/EG te bedragen of, indien een dergelijke periode niet is bepaald, 48 uur.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen