Art. 27 Verordening (EG) nr. 889/2008, Gebruik van bepaalde producten en stoffen bij de vervaardiging van verwerkte levensmiddelen
1. Voor de toepassing van artikel 19, lid 2, onder b), van Verordening (EG) nr. 834/2007 mogen slechts de volgende stoffen bij de vervaardiging van verwerkte biologische levensmiddelen, met uitzondering van wijn, worden gebruikt:
a) in bijlage VIII bij de onderhavige verordening opgenomen stoffen;
b) preparaten op basis van micro-organismen en enzymen die gewoonlijk worden gebruikt bij de vervaardiging van verwerkte levensmiddelen;
c) stoffen en producten als gedefinieerd in artikel 1, lid 2, onder b) i), en artikel 1, lid 2, onder c), van Richtlijn 88/388/EEG van de Raad (14), die overeenkomstig artikel 9, lid 1, onder d), en lid 2, van die richtlijn op het etiket zijn aangeduid als natuurlijke aromastoffen of natuurlijke aromatiserende preparaten;
d) kleurstoffen voor het stempelen van vlees en eierschalen overeenkomstig, respectievelijk, artikel 2, lid 8, en artikel 2, lid 9, van Richtlijn 94/36/EG van het Europees Parlement en de Raad (15);
e) drinkwater en zout (met natriumchloride of kaliumchloride als basiscomponenten) dat in het algemeen wordt gebruikt bij de vervaardiging van verwerkte levensmiddelen;
f) mineralen (inclusief spoorelementen), vitaminen, aminozuren en micronutriënten zijn alleen toegelaten voor zover zij volgens de wet aan levensmiddelen moeten worden toegevoegd.
2. Voor de in artikel 23, lid 4, onder a) ii), van Verordening (EG) nr. 834/2007 bedoelde berekening:
a) worden toevoegingsmiddelen voor levensmiddelen, die zijn opgenomen in bijlage VIII en in de kolom met het codenummer van de toevoegingsmiddelen zijn voorzien van een asterisk, meegerekend als ingrediënten van agrarische oorsprong;
b) worden in lid 1, onder b), c), d), e) en f), van het onderhavige artikel bedoelde preparaten en stoffen en stoffen die in de kolom met het codenummer van de toevoegingsmiddelen niet zijn voorzien van een asterisk, niet meegerekend als ingrediënten van agrarische oorsprong.
3. Het gebruik van de volgende in bijlage VIII opgenomen stoffen wordt vóór 31 december 2010 opnieuw bezien:
(a) natriumnitriet en kaliumnitraat in deel A, met het oog op het intrekken van de toelating van deze toevoegingsmiddelen;
(b) zwaveldioxide en kaliummetabisulfiet in deel A;
(c) zoutzuur in deel B voor de bereiding van Gouda, Edam, Maasdammer kaas, Boerenkaas, Friese en Leidse Nagelkaas.
Bij het onder a) bedoelde onderzoek dient rekening te worden gehouden met de inspanningen die de lidstaten hebben geleverd om veilige alternatieven voor nitrieten/nitraten te vinden en om opleidingsprogramma's inzake alternatieve verwerkingsmethoden en hygiëne voor verwerkers/fabrikanten van biologisch vlees op te stellen.