Art. 20 Verordening (EG) nr. 889/2008, Diervoeders in overeenstemming met de nutritionele behoeften van de dieren

Verordening (EG) nr. 889/2008

1. Jonge zoogdieren moeten bij voorkeur met moedermelk in plaats van natuurlijke melk worden gevoederd gedurende een minimumperiode van drie maanden voor runderen, met inbegrip van bubalus en bizon, en paardachtigen, 45 dagen voor schapen en geiten en 40 dagen voor varkens.

2. Houderijsystemen voor herbivoren moeten worden gebaseerd op maximaal gebruik van weidegronden, naar gelang van de beschikbaarheid daarvan tijdens de verschillende perioden van het jaar. Ten minste 60 % van de droge stof van het dagrantsoen van herbivoren dient te bestaan uit ruwvoer, verse of gedroogde voedergewassen of kuilvoer. Voor dieren in de zuivelproductie is bij het begin van de lactatie een verlaging tot 50 % toegestaan gedurende maximaal drie maanden.

3. Aan het dagrantsoen voor varkens en pluimvee moet ruwvoer, verse of gedroogde voedergewassen of kuilvoer worden toegevoegd.

4. Het is verboden dieren te houden onder omstandigheden of met rantsoenen die bloedarmoede kunnen veroorzaken.

5. Mestmethoden moeten in alle stadia van het kweekproces omkeerbaar zijn. Dwangvoedering is verboden.

Vorige artikelen

Volgende artikelen