Art. 13 De algemene groepsvrijstellingsverordening, Regionale investerings- en werkgelegenheidssteun

Verordening (EG) nr. 800/2008 (De algemene groepsvrijstellingsverordening)

1. Regelingen inzake regionale investerings- en werkgelegenheidssteun zijn verenigbaar met de gemeenschappelijke markt in de zin van artikel 87, lid 3, van het Verdrag en zijn van de aanmeldingsverplichting van artikel 88, lid 3, van het Verdrag vrijgesteld, mits aan de in onderhavig artikel vastgestelde voorwaarden is voldaan.

Ad-hoc steun die alleen ter aanvulling van op grond van regelingen inzake regionale investerings- en werkgelegenheidssteun toegekende steun wordt gebruikt en niet meer dan 50 % bedraagt van de totale steun die ten behoeve van de investering wordt toegekend, is verenigbaar met de gemeenschappelijke markt in de zin van artikel 87, lid 3, van het Verdrag en is van de aanmeldingsverplichting uit hoofde van artikel 88, lid 3, van het Verdrag vrijgesteld mits de toegekende ad-hoc steun aan alle voorwaarden van deze verordening voldoet.

2. De steun wordt verleend in voor regionale steun in aanmerking komende gebieden, zoals afgebakend op de goedgekeurde regionale steunkaart voor de betrokken lidstaat voor de periode 2007-2013. Nadat de volledige investering is voltooid, moet deze in het betrokken gebied behouden blijven gedurende ten minste vijf jaar, of drie jaar in het geval van kmo’s. Een en ander staat er niet aan in de weg dat installaties of uitrustingen die door snelle technologische veranderingen zijn verouderd, worden vervangen, op voorwaarde dat de economische activiteiten gedurende de minimumperiode in het bewuste gebied worden aangehouden.

3. De steunintensiteit, uitgedrukt als contant bruto-subsidie-equivalent, overschrijdt de regionale steundrempel die op het tijdstip van de steunverlening voor het betrokken steungebied geldt, niet.

4. Behalve voor steun ten behoeve van grote investeringsprojecten en regionale steun voor de vervoersector, mogen de in lid 3 bedoelde drempels worden verhoogd met 20 procentpunt voor steun aan kleine ondernemingen en met 10 procentpunt voor steun aan middelgrote ondernemingen.

5. De in lid 3 vastgestelde drempels zijn van toepassing op de steunintensiteit, berekend hetzij als een percentage van de in aanmerking komende materiële en immateriële investeringskosten, hetzij als een percentage van de geraamde loonkosten van de in dienst genomen personen, berekend over een periode van twee jaar, voor rechtstreeks door het investeringsproject geschapen werkgelegenheid, hetzij als een combinatie daarvan, mits de steun niet hoger is dan het gunstigste van de bedragen die beide berekeningen opleveren.

6. Wanneer de steun wordt berekend op grond van materiële of immateriële investeringskosten, of van verwervingskosten in het geval van overnames, moet de begunstigde een financiële bijdrage verstrekken van ten minste 25 % van de in aanmerking komende kosten — hetzij uit eigen middelen, hetzij door externe financiering — in een vorm die vrij is van alle overheidssteun. Bedraagt de maximum steunintensiteit die in het kader van de nationale regionale steunkaart voor de betrokken lidstaat is goedgekeurd, inclusief verhogingen overeenkomstig lid 4, echter meer dan 75 %, dan wordt de financiële bijdrage van de begunstigde overeenkomstig verlaagd. Wanneer de steun aan de hand van materiële of immateriële investeringskosten wordt berekend, zijn ook de in lid 7 vastgestelde voorwaarden van toepassing.

7. Bij de verwerving van een vestiging worden alleen de kosten voor de verwerving van activa van derden in aanmerking genomen, mits de transactie op marktvoorwaarden geschiedt. Wanneer de verwerving met andere investeringen gepaard gaat, worden de kosten die hierop betrekking hebben, bij de kosten van de koop opgeteld.

De kosten voor de verwerving van gehuurde activa, niet zijnde gronden en gebouwen, worden alleen in aanmerking genomen indien de huur in de vorm van financiële leasing plaatsvindt en de verplichting inhoudt, de activa na afloop van de huurovereenkomst te kopen. Voor de huur van gronden en gebouwen moet de huurovereenkomst na het verwachte tijdstip van de voltooiing van het investeringsproject ten minste vijf jaar blijven lopen in het geval van grote ondernemingen of drie jaar in het geval van kmo’s.

Behalve voor kmo’s en bij overnames, moeten de verworven activa nieuw zijn. Bij overnames worden activa waarvoor reeds vóór de overname steun ten behoeve van de verwerving ervan is verleend, in mindering gebracht. Voor kmo’s kunnen ook de volledige kosten voor investeringen in immateriële activa in aanmerking worden genomen. Voor grote ondernemingen komen die kosten alleen in aanmerking tot een maximum van 50 % van de totale in aanmerking komende investeringskosten voor het project.

8. Ingeval de steun aan de hand van loonkosten wordt berekend, moet de werkgelegenheid rechtstreeks door het investeringsproject ontstaan.

9. In afwijking van de leden 3 en 4, mogen de maximale steunintensiteiten voor investeringen in de verwerking en afzet van landbouwproducten worden vastgesteld op:

a) 50 % van de in aanmerking komende investeringen in gebieden die op grond van artikel 87, lid 3, onder a), van het Verdrag in aanmerking komen, en 40 % van de in aanmerking komende investeringen in de overige voor regionale steun in aanmerking komende gebieden, zoals afgebakend op de goedgekeurde regionale steunkaart voor de betrokken lidstaat voor de periode 2007-2013, indien de begunstigde een kmo is;

b) 25 % van de in aanmerking komende investeringen in gebieden die op grond van artikel 87, lid 3, onder a), van het Verdrag in aanmerking komen, en 20 % van de in aanmerking komende investeringen in de overige voor regionale steun in aanmerking komende gebieden, zoals afgebakend op de goedgekeurde regionale steunkaart voor de betrokken lidstaat voor de periode 2007-2013, indien de begunstigde minder dan 750 werknemers in dienst heeft en/of een omzet van minder dan 200 miljoen EUR behaalt, berekend overeenkomstig Bijlage I bij deze Verordening.

10. Ter voorkoming dat één grote investering kunstmatig in subprojecten wordt opgesplitst, wordt een groot investeringsproject als één investeringsproject aangemerkt, ingeval de investering in een periode van drie jaar door dezelfde onderneming of ondernemingen wordt uitgevoerd, en bestaat uit vaste activa die economisch ondeelbaar met elkaar zijn verbonden.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen