Art. 18 De algemene groepsvrijstellingsverordening, Investeringssteun die ondernemingen in staat stelt verder te gaan dan communautaire normen inzake milieubescherming of, bij ontstentenis van communautaire normen, het niveau van milieubescherming te doen toenemen
Verordening (EG) nr. 800/2008 (De algemene groepsvrijstellingsverordening)
1. Investeringssteun die ondernemingen in staat stelt verder te gaan dan communautaire normen inzake milieubescherming of, bij ontstentenis van communautaire normen, het niveau van milieubescherming te doen toenemen, is verenigbaar met de gemeenschappelijke markt in de zin van artikel 87, lid 3, van het Verdrag en is van de aanmeldingsverplichting van artikel 88, lid 3, van het Verdrag vrijgesteld, mits aan de in de leden 2 tot en met 8 van dit artikel vastgestelde voorwaarden is voldaan.
2. De gesteunde investering voldoet aan een van de volgende voorwaarden:
a) dankzij de investering kan de begunstigde het uit zijn activiteiten voortvloeiende niveau van milieubescherming doen toenemen, door verder te gaan dan de geldende communautaire normen, ongeacht of er nationale normen bestaan die strenger zijn dan de communautaire norm;
b) dankzij de investering kan de begunstigde het uit zijn activiteiten voortvloeiende niveau van milieubescherming doen toenemen bij ontstentenis van communautaire normen.
3. Er kan geen steun worden verleend wanneer de verbeteringen ervoor moeten zorgen dat de ondernemingen voldoen aan reeds vastgestelde, maar nog niet van toepassing zijnde communautaire normen.
4. De steunintensiteit bedraagt niet meer dan 35 % van de in aanmerking komende kosten.
De steunintensiteit kan evenwel met 20 procentpunt worden verhoogd voor steun aan kleine ondernemingen en met 10 procentpunt voor steun aan middelgrote ondernemingen.
5. De in aanmerking komende kosten zijn de extra investeringskosten die noodzakelijk zijn om een niveau van milieubescherming te bereiken dat de betrokken communautaire normen overtreft, zonder de exploitatiebaten en exploitatiekosten in aanmerking te nemen.
6. Voor de toepassing van lid 5 worden de kosten van de investering die rechtstreeks op milieubescherming betrekking heeft, vastgesteld door verwijzing naar de contrafeitelijke situatie:
a) wanneer het aandeel van de kosten van de milieu-investering in de totale investeringskosten gemakkelijk kan worden vastgesteld, zijn deze specifiek op milieubescherming betrekking hebbende kosten, de in aanmerking komende kosten;
b) in alle overige gevallen worden de extra investeringskosten vastgesteld door de investering af te zetten tegen een contrafeitelijke situatie waarin geen staatssteun wordt verleend. De juiste contrafeitelijke situatie stemt overeen met de kosten van een technisch vergelijkbare investering die een lager niveau van milieubescherming biedt (die overeenstemt met de verplichte communautaire normen, voor zover die bestaan) en waarvan aannemelijk is dat zij zonder steun zou worden uitgevoerd (hierna „de referentie-investering”). Een technisch vergelijkbare investering is een investering met dezelfde productiecapaciteit en alle andere technische eigenschappen (met uitzondering van die welke rechtstreeks op de extra investering voor milieubescherming betrekking hebben). Bovendien moet een dergelijke referentie-investering uit zakelijk oogpunt een geloofwaardig alternatief zijn voor de te beoordelen investering.
7. De in aanmerking komende investering moet gebeuren in de vorm van materiële en/of immateriële activa.
8. In het geval van investeringen om een hoger niveau van milieubescherming te bereiken dan de communautaire normen, wordt de contrafeitelijke situatie als volgt gekozen:
a) wanneer de onderneming zich aanpast aan nationale normen die, bij ontstentenis van communautaire normen, zijn vastgesteld, omvatten de in aanmerking komende kosten de extra investeringskosten die nodig zijn om het door de nationale normen vereiste beschermingsniveau te bereiken;
b) wanneer de onderneming zich aanpast aan of verder gaat dan nationale normen die strenger zijn dan de toepasselijke communautaire normen, of verder gaat dan communautaire normen, omvatten de in aanmerking komende kosten de extra investeringskosten die nodig zijn om het beschermingsniveau te bereiken dat de communautaire normen overtreft. De kosten die verband houden met investeringen om het door communautaire normen vereiste beschermingsniveau te bereiken, komen niet in aanmerking;
c) wanneer er geen normen bestaan, komen de investeringkosten in aanmerking die noodzakelijk zijn om een milieubeschermingsniveau te bereiken dat hoger is dan het niveau dat de betrokken onderneming of ondernemingen zonder enige milieusteun zou bereiken.
9. Steun ten behoeve van investeringen met betrekking tot beheer van afval van andere ondernemingen is krachtens dit artikel niet vrijgesteld.