Art. 12 De algemene groepsvrijstellingsverordening, Bijzondere voorwaarden voor investeringssteun
Verordening (EG) nr. 800/2008 (De algemene groepsvrijstellingsverordening)
1. Om voor de toepassing van deze verordening als in aanmerking komende kosten te kunnen worden aangemerkt, moet een investering bestaan in:
a) een investering in materiële en/of immateriële activa ten behoeve van de oprichting van een nieuwe vestiging, de uitbreiding van een bestaande vestiging, de diversificatie van de productie van een bestaande vestiging in nieuwe, bijkomende producten, of een fundamentele wijziging van het volledige productieproces van een bestaande vestiging, of
b) de verwerving van kapitaalgoederen die rechtstreeks met een vestiging verband houden, mits de vestiging is gesloten of zou zijn gesloten indien zij niet was overgenomen, en mits de activa door een onafhankelijke investeerder worden verworven. In het geval van bedrijfsopvolging van een kleine onderneming ten gunste van familie van de oorspronkelijke eigenaar of eigenaren of ten gunste van voormalige werknemers, vervalt de voorwaarde dat de activa door een onafhankelijke investeerder moeten worden verworven.
De enkele verwerving van de aandelen van een onderneming vormt geen initiële investering.
2. Om voor de toepassing van deze verordening als in aanmerking komende kosten te kunnen worden aangemerkt, moeten immateriële activa aan alle volgende voorwaarden voldoen:
a) zij worden uitsluitend in de steunontvangende onderneming gebruikt. Regionale investeringssteun wordt uitsluitend in de steunontvangende vestiging gebruikt;
b) zij worden als afschrijfbare activa beschouwd;
c) zij worden van derden tegen marktvoorwaarden verworven, zonder dat de verwerver in een positie verkeert om in de zin van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (28) zeggenschap uit te oefenen over de verkoper, of omgekeerd;
d) in het geval van kmo-investeringssteun, maken zij gedurende ten minste drie jaar deel uit van de activa van de onderneming. In het geval van regionale investeringssteun maken zij deel uit van de activa van de onderneming en blijven zij gedurende ten minste vijf jaar of, in het geval van kmo’s, drie jaar in de steun genietende vestiging.
3. Om voor de toepassing van deze verordening als in aanmerking komende kosten te kunnen worden aangemerkt, moeten rechtsreeks door een investeringsproject geschapen arbeidsplaatsen aan elk van de volgende voorwaarden voldoen:
a) de werkgelegenheid komt binnen de drie jaar na de voltooiing van de investering tot stand;
b) het investeringsproject leidt tot een nettotoename van het aantal werknemers, in de betrokken vestiging, in vergelijking met het gemiddelde van de voorbije twaalf maanden;
c) de werkgelegenheid blijft behouden gedurende een periode van ten minste vijf jaar in het geval van grote ondernemingen en een periode van ten minste drie jaar in het geval van kmo’s.