Art. 8 De algemene groepsvrijstellingsverordening, Stimulerend effect

Verordening (EG) nr. 800/2008 (De algemene groepsvrijstellingsverordening)

1. Door deze verordening wordt enkel steun vrijgesteld die een stimulerend effect heeft.

2. De onder deze verordening vallende kmo-steun wordt geacht een stimulerend effect te hebben wanneer de begunstigde voordat de werkzaamheden aan het project of de activiteit zijn begonnen, een steunaanvraag bij de betrokken lidstaat heeft ingediend.

3. Onder deze verordening vallende steun aan grote ondernemingen wordt geacht een stimulerend effect te hebben, indien behalve dat aan de in lid 2 vastgestelde voorwaarde is voldaan, de lidstaat, alvorens de betrokken individuele steun toe te kennen, zich ervan heeft vergewist, dat de door de begunstigde onderneming voorbereide documenten aantonen dat aan één of meer van de volgende criteria is voldaan:

a) een wezenlijke toename van de omvang van het project of de activiteit als gevolg van de steun;

b) een wezenlijke toename van de reikwijdte van het project of de activiteit als gevolg van de steun;

c) een wezenlijke toename van de totale uitgaven van de begunstigde voor het project of de activiteit als gevolg van de steun;

d) een wezenlijke toename van de snelheid waarmee het betrokken project of de betrokken activiteit wordt voltooid;

e) ten aanzien van regionale investeringssteun bedoeld in artikel 13, dat het project, zonder de steun, niet als dusdanig in het steungebied zou zijn uitgevoerd.

4. De in de leden 2 en 3 vastgestelde voorwaarden gelden niet ten aanzien van belastingmaatregelen wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a) de belastingmaatregel vestigt overeenkomstig objectieve criteria een wettelijke aanspraak op steun zonder dat de lidstaat nog een beoordelingsbevoegdheid uitoefent, en

b) de belastingmaatregel is vastgesteld, voordat de werkzaamheden aan het project of de activiteit zijn begonnen. Deze voorwaarde geldt niet in het geval van fiscale vervolgregelingen.

5. Met betrekking tot steun ter compensatie van de bijkomende kosten van het in dienst hebben van gehandicapte werknemers, zoals bepaald in artikel 42, wordt aan de in de leden 2 en 3 van dit artikel vastgestelde voorwaarden geacht te zijn voldaan, indien aan de voorwaarden van artikel 42, lid 3, is voldaan.

Met betrekking tot steun in de vorm van loonsubsidies ten behoeve van de indienstneming van kwetsbare werknemers en steun voor het in dienst hebben van gehandicapte werknemers, zoals bepaald in de artikelen 40 en 41, wordt aan de in de leden 2 en 3 van dit artikel vastgestelde voorwaarden geacht te zijn voldaan, indien de steun resulteert in een nettotoename van het aantal in dienst zijnde kwetsbare of gehandicapte werknemers.

Met betrekking tot steun in de vorm van verlagingen van milieubelastingen, zoals bepaald in artikel 25, wordt aan de in de leden 2, 3 en 4 van dit artikel vastgestelde voorwaarden geacht te zijn voldaan.

Met betrekking tot risicokapitaalsteun, zoals bepaald in artikel 29, wordt aan de in lid 2 van dit artikel vastgestelde voorwaarden geacht te zijn voldaan.

6. Wanneer niet aan de voorwaarden van de leden 2 en 3 is voldaan, is de volledige steunmaatregel niet krachtens deze verordening vrijgesteld.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen