Art. 14 De algemene groepsvrijstellingsverordening, Steun voor nieuw opgerichte kleine ondernemingen

Verordening (EG) nr. 800/2008 (De algemene groepsvrijstellingsverordening)

1. Steunregelingen ten behoeve van nieuw opgerichte kleine ondernemingen zijn verenigbaar op grond artikel 87, lid 3, van het Verdrag en zijn van de aanmeldingsverplichting uit hoofde van artikel 88, lid 3, van het Verdrag vrijgesteld, mits aan de in de leden 2, 3 en 4 van dit artikel vastgestelde voorwaarden is voldaan.

2. De begunstigde is een kleine onderneming.

3. Het bedrag is niet groter dan:

a) 2 miljoen EUR voor kleine ondernemingen die hun economische activiteiten hebben in gebieden die voor de afwijking van artikel 87, lid 3, onder a), van het Verdrag in aanmerking komen,

b) 1 miljoen EUR voor kleine ondernemingen die hun economische activiteiten hebben in gebieden die voor de afwijking van artikel 87, lid 3, onder c), van het Verdrag in aanmerking komen.

De bedragen die een onderneming jaarlijks aan steun ontvangt, belopen niet meer dan 33 % van de in de punten a) en b) genoemde steunbedragen.

4. De steunintensiteit bedraagt:

a) in steungebieden in de zin van artikel 87, lid 3, onder a): ten hoogste 35 % van de in aanmerking komende kosten die in de eerste drie jaar na de oprichting van de onderneming werden gemaakt, en ten hoogste 25 % in de twee volgende jaren;

b) in steungebieden in de zin van artikel 87, lid 3, onder c): ten hoogste 25 % van de in aanmerking komende kosten die in de eerste drie jaar na de oprichting van de onderneming werden gemaakt, en ten hoogste 15 % in de twee volgende jaren.

Deze intensiteiten worden verhoogd met 5 % in steungebieden in de zin van artikel 87, lid 3, onder a), die een bruto binnenlands product (bbp) per hoofd van de bevolking van minder dan 60 % van het EU-25-gemiddelde hebben, in gebieden met een bevolkingsdichtheid van minder dan 12,5 inwoners/km2, op kleine eilanden met een bevolking van minder dan 5 000 inwoners en in andere gemeenschappen van dezelfde grootte die van eenzelfde geïsoleerde ligging te lijden hebben.

5. In aanmerking komen juridische, adviserings-, consultancy- en administratieve uitgaven die rechtstreeks met de oprichting van de kleine onderneming verband houden, alsmede de volgende kosten, voor zover zij daadwerkelijk binnen de eerste vijf jaar na de oprichting van de onderneming zijn gemaakt:

a) rente over externe financiering en een dividend op het gebruikte eigen vermogen die het referentiepercentage niet overschrijden;

b) vergoedingen voor het huren van productie-installaties/-uitrusting;

c) energie, water, verwarming, belastingen (niet zijnde btw en vennootschapsbelasting op bedrijfsinkomsten) en administratieve heffingen;

d) afschrijvingen, vergoedingen voor het leasen van productie-installaties/-uitrusting, en loonkosten, mits ten behoeve van de onderliggende investeringen of maatregelen inzake werkgelegenheidsschepping of indienstneming geen andere vormen van steun zijn toegekend.

6. Kleine ondernemingen die onder de zeggenschap staan van aandeelhouders van ondernemingen die de afgelopen twaalf maanden zijn gesloten, kunnen op grond van dit artikel geen steun ontvangen wanneer de betrokken ondernemingen op dezelfde relevante markt of op aangrenzende markten actief zijn.

Vorige artikelen

Volgende artikelen