Art. 20 Verordening (EG) nr. 216/2008, Luchtwaardigheids- en milieucertificering

Verordening (EG) nr. 216/2008

1. Met betrekking tot de producten, onderdelen en uitrustingsstukken, bedoeld in artikel 4, lid 1, onder a) en b), oefent het Agentschap in voorkomend geval, overeenkomstig het bepaalde in het Verdrag van Chicago of de bijlagen daarbij, namens de lidstaten de functies en taken uit van het land van ontwerp, vervaardiging of registratie, voor zover deze verband houden met de erkenning van het ontwerp. Dit houdt met name het volgende in:

a) voor ieder product waarvoor een typecertificaat of een wijziging in een typecertificaat wordt aangevraagd, bepaalt het agentschap de typecertificeringsgrondslag en stelt het de aanvrager daarvan in kennis. De certificeringsgrondslag bestaat uit de toepasselijke luchtwaardigheidscode, de voorschriften waarvoor een gelijkwaardig veiligheidsniveau wordt aangenomen, en de speciale gedetailleerde technische specificaties die nodig zijn indien de bepalingen van de luchtwaardigheidscode vanwege de kenmerken van het ontwerp van een bepaald product of gezien de ervaringen bij de vluchtuitvoering ontoereikend of ongeschikt zijn om conformiteit aan de essentiële eisen te waarborgen;

b) voor ieder product waarvoor een beperkt luchtwaardigheidsbewijs wordt aangevraagd, bepaalt het Agentschap de specifieke luchtwaardigheidsspecificaties en stelt het de aanvrager daarvan in kennis;

c) voor ieder onderdeel of uitrustingsstuk waarvoor een certificaat wordt aangevraagd, bepaalt het Agentschap de gedetailleerde luchtwaardigheidsspecificaties en stelt het de aanvrager daarvan in kennis;

d) voor ieder product waarvoor milieucertificering overeenkomstig artikel 6 vereist is, bepaalt het Agentschap de passende milieueisen en stelt het de aanvrager daarvan in kennis;

e) het Agentschap voert zelf of met behulp van de nationale luchtvaartautoriteiten of gekwalificeerde instanties onderzoeken uit in verband met de certificering van producten, onderdelen en uitrustingsstukken;

f) het Agentschap geeft de passende typecertificaten en de wijzigingen daarvan af;

g) het Agentschap geeft de certificaten voor onderdelen en uitrustingsstukken af;

h) het Agentschap geeft de passende milieucertificaten af;

i) het Agentschap wijzigt het desbetreffende certificaat, schort het op of trekt het in indien de voorwaarden op grond waarvan het is afgegeven niet langer vervuld zijn of indien de rechtspersoon of natuurlijke persoon die houder is van het certificaat de bij deze verordening of de uitvoeringsvoorschriften ervan opgelegde verplichtingen niet nakomt;

j) het Agentschap waarborgt de permanente luchtwaardigheid in verband met de producten, onderdelen en uitrustingsstukken waarop het toezicht houdt, onder meer door zonder nodeloze vertraging te reageren op veiligheidsproblemen en door de toepasselijke verplichte informatie te verstrekken en te verspreiden;

k) voor luchtvaartuigen waarvoor een vliegvergunning moet worden afgegeven, stelt het Agentschap luchtwaardigheidsnormen op, alsmede procedures voor de nakoming van artikel 5, lid 4, onder a);

l) ten behoeve van certificering onder toezicht van het Agentschap, geeft het Agentschap vliegvergunningen af voor luchtvaartuigen, met instemming van de lidstaat waar de luchtvaartuigen zijn of moeten worden geregistreerd.

2. Met betrekking tot organisaties doet het Agentschap het volgende:

a) het Agentschap voert zelf of met behulp van de nationale luchtvaartautoriteiten of gekwalificeerde instanties inspecties en audits uit bij de organisaties die het certificeert;

b) draagt het Agentschap zorg voor de afgifte en de vernieuwing van certificaten van:

i) ontwerporganisaties;

ii) op het grondgebied van de lidstaten gelegen productieorganisaties, indien het daarom door een betrokken lidstaat wordt verzocht, en

iii) buiten het grondgebied van de lidstaten gesitueerde productie- en onderhoudsorganisaties;

c) het Agentschap wijzigt het desbetreffende organisatiecertificaat, schort het op of trekt het in indien de voorwaarden op grond waarvan het is afgegeven niet langer vervuld zijn of indien de betrokken organisatie de bij deze verordening of de uitvoeringsvoorschriften ervan opgelegde verplichtingen niet nakomt.