Art. 33
1. Onverminderd artikel 36, lid 1, zijn accijnsgoederen die, nadat zij reeds in een lidstaat tot verbruik zijn uitgeslagen, voor commerciële doeleinden voorhanden worden gehouden in een andere lidstaat om er te worden geleverd of gebruikt, aan accijns onderworpen en wordt de accijns verschuldigd in die andere lidstaat.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder „voor commerciële doeleinden voorhanden hebben” verstaan het voorhanden hebben van accijnsgoederen door anderen dan particulieren of het voorhanden hebben door een particulier anders dan voor eigen behoeften van door hem vervoerde accijnsgoederen, overeenkomstig artikel 32.
2. De voorwaarden voor verschuldigdheid en het toe te passen accijnstarief zijn die welke op het tijdstip van verschuldigd worden, van kracht zijn in die andere lidstaat.
3. De tot voldoening van de verschuldigd geworden accijns gehouden persoon is, naar gelang de in lid 1 bedoelde gevallen, de persoon die de levering verricht, die de voor levering bestemde goederen voorhanden heeft of aan wie de goederen worden geleverd in de andere lidstaat.
4. Onverminderd artikel 38 worden in een lidstaat reeds tot verbruik uitgeslagen accijnsgoederen die binnen de Gemeenschap voor commerciële doeleinden worden overgebracht, niet geacht voor die doeleinden voorhanden te worden gehouden totdat zij de lidstaat van bestemming hebben bereikt, op voorwaarde dat de overbrenging geschiedt overeenkomstig de formaliteiten van artikel 34.
5. Accijnsgoederen die aan boord van een schip of een vliegtuig dat een verbinding tussen twee lidstaten verzorgt, voorhanden worden gehouden maar die niet beschikbaar zijn voor de verkoop wanneer dit schip of vliegtuig zich op het grondgebied van een lidstaat bevindt, worden niet geacht in die lidstaat voor commerciële doeleinden voorhanden te worden gehouden.
6. De accijns wordt op verzoek teruggegeven of kwijtgescholden in de lidstaat waar de uitslag tot verbruik heeft plaatsgevonden wanneer de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaat vaststellen dat de accijns in die lidstaat verschuldigd is geworden en geïnd is.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Ettema 28 december 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1244
- Conclusie A-G Ettema 31 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:101
- Rb. Zeeland-West-Brabant 18 juni 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:3078
- Rb. Den Haag 22 december 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:14224
- Hof 's-Hertogenbosch 18 december 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:4075
- Hof Den Haag 3 april 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:1679
- Hof Arnhem-Leeuwarden 2 december 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:8460