Art. 37

1. Indien, in de in artikel 33, lid 1, en artikel 36, lid 1, bedoelde situaties, de accijnsgoederen tijdens het vervoer in een andere lidstaat dan de lidstaat waar de goederen tot verbruik zijn uitgeslagen, algeheel vernietigd of onherstelbaar verloren gegaan zijn door een oorzaak die met de aard van de goederen verband houdt, dan wel door niet te voorziene omstandigheden of overmacht, of ingevolge instructies van de bevoegde autoriteiten van die lidstaat, is de accijns niet verschuldigd in die lidstaat.

De algehele vernietiging of het onherstelbare verlies van de accijnsgoederen in kwestie wordt aangetoond ten genoegen van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de algehele vernietiging of het onherstelbare verlies zich heeft voorgedaan of, indien niet is vast te stellen waar het verlies zich heeft voorgedaan, van de lidstaat waar het verlies is geconstateerd.

De uit hoofde van artikel 34, lid 2, onder a), of artikel 36, lid 4, onder a), gestelde zekerheid wordt vrijgegeven.

2 Elke lidstaat bepaalt zijn regels en voorwaarden voor het vaststellen van de in lid 1 bedoelde verliezen.

Uitspraken die dit artikel aanhalen