Art. 36
1. In een lidstaat reeds tot verbruik uitgeslagen accijnsgoederen die door een in een andere lidstaat gevestigde persoon, anders dan een erkend entrepothouder, een geregistreerde geadresseerde of een zelfstandig bedrijf, worden gekocht en door de verkoper of voor diens rekening rechtstreeks of onrechtstreeks naar een andere lidstaat worden verzonden of vervoerd, worden aan de accijns onderworpen in de lidstaat van bestemming.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder „lidstaat van bestemming” verstaan de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer.
2. In het in lid 1 bedoelde geval wordt de accijns in de lidstaat van bestemming verschuldigd op het tijdstip van levering van de accijnsgoederen. De voorwaarden voor verschuldigdheid en het toe te passen accijnstarief zijn die welke op het tijdstip van verschuldigd worden van kracht zijn.
De accijns wordt betaald volgens de procedure die door de lidstaat van bestemming is vastgesteld.
3. De verkoper is de tot voldoening van de accijns in de lidstaat van bestemming gehouden persoon.
De lidstaat van bestemming kan evenwel bepalen dat een in die lidstaat gevestigde en door de bevoegde autoriteiten van die lidstaat erkende fiscaal vertegenwoordiger of, indien de verkoper zich niet heeft gehouden aan het bepaalde in lid 4, onder a), de geadresseerde van de accijnsgoederen de tot voldoening van de accijns gehouden persoon is.
4. De verkoper of de fiscaal vertegenwoordiger houdt zich aan de volgende voorschriften:
a) voorafgaand aan de verzending van de accijnsgoederen bij één enkel, door de lidstaat van bestemming speciaal voor afstandsverkopen aangewezen loket en onder de door deze lidstaat vast te stellen voorwaarden, zijn identiteit bekend maken en zekerheid stellen voor de betaling van de accijns;
b) bij de aankomst van de accijnsgoederen de accijns voldoen aan het onder a) bedoelde loket;
c) een administratie voeren van de leveringen van de goederen.
De betrokken lidstaten kunnen, onder door hen vast te stellen voorwaarden, deze voorschriften op basis van bilaterale regelingen vereenvoudigen.
5. In het in lid 1 bedoelde geval wordt de in de eerste lidstaat geheven accijns teruggegeven of kwijtgescholden op verzoek van de verkoper, mits deze of zijn fiscaal vertegenwoordiger zich aan de voorschriften van lid 4 heeft gehouden.
6. De lidstaten kunnen specifieke voorschriften ter uitvoering van de leden 1 tot en met 5 vaststellen voor accijnsgoederen die onder een bijzondere nationale distributieregeling vallen.