Art. 28
1. Niettegenstaande artikel 27 vormt het in artikel 24, lid 1, bedoelde bericht van ontvangst of het in artikel 25, lid 1, bedoelde bericht van uitvoer het bewijs dat een overbrenging overeenkomstig artikel 20, lid 2, is geëindigd.
2. In afwijking van lid 1 kan, bij gebreke van een bericht van ontvangst of een bericht van uitvoer om andere dan de in artikel 27 vermelde redenen, het eindigen van de overbrenging van accijnsgoederen onder een accijnsschorsingsregeling in de in artikel 17, lid 1, onder a) i), ii) en iv) en b), en lid 2, bedoelde gevallen ook worden aangetoond met een op basis van afdoend bewijs opgestelde aftekening van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van bestemming dat de verzonden accijnsgoederen de opgegeven bestemming hebben bereikt of, in het in artikel 17, lid 1, onder a) iii), bedoelde geval, met een aftekening van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar het douanekantoor van uitgang is gelegen, ter bevestiging dat de accijnsgoederen het grondgebied van de Gemeenschap hebben verlaten.
Voor de toepassing van de eerste alinea geldt een document dat door de geadresseerde wordt ingediend en dezelfde gegevens als het bericht van ontvangst of het bericht van uitvoer bevat, als afdoend bewijs.
Wanneer de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van verzending de documenten als afdoend bewijs hebben aanvaard, wordt de overbrenging in het geautomatiseerde systeem geëindigd.