Art. 19 Verordening (EG) nr. 834/2007, Algemene voorschriften inzake de productie van verwerkte levensmiddelen

Verordening (EG) nr. 834/2007

1. De bereiding van verwerkte biologische levensmiddelen wordt in tijd of ruimte gescheiden gehouden van niet-biologische levensmiddelen.

2. De volgende voorwaarden zijn van toepassing op de samenstelling van biologische verwerkte levensmiddelen:

a) het product wordt hoofdzakelijk geproduceerd met ingrediënten van agrarische oorsprong; om te bepalen of een product hoofdzakelijk wordt geproduceerd met ingrediënten van agrarische oorsprong, worden toegevoegd water en keukenzout buiten beschouwing gelaten;

b) additieven, technische hulpstoffen, smaakstoffen, water, zout, preparaten van micro-organismen en enzymen, mineralen, sporenelementen, vitamines, alsmede aminozuren en andere micronutriënten in voor een bijzondere voeding bestemde levensmiddelen worden alleen gebruikt indien zij overeenkomstig artikel 21 voor gebruik in de biologische productie zijn toegelaten;

c) niet-biologische ingrediënten van agrarische oorsprong worden alleen gebruikt indien zij overeenkomstig artikel 21 voor gebruik in de biologische productie zijn toegelaten of door een lidstaat voorlopig zijn toegelaten;

d) een biologisch ingrediënt komt niet voor tezamen met eenzelfde ingrediënt in niet-biologische vorm of afkomstig uit omschakeling;

e) levensmiddelen afkomstig van gewassen in omschakeling bevatten ten hoogste één gewasingrediënt van agrarische oorsprong.

3. Er worden geen stoffen of technieken gebruikt die eigenschappen herstellen die bij de verwerking en opslag van biologische levensmiddelen verloren zijn gegaan, die de gevolgen van nalatigheid bij de verwerking van deze producten ongedaan maken, of die anderszins misleidend kunnen zijn met betrekking tot de ware aard van deze producten.

De maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering van de in dit artikel neergelegde productievoorschriften, in het bijzonder met betrekking tot de verwerkingsmethoden en de voorwaarden voor de voorlopige toelating door de lidstaten zoals bedoeld in lid 2, punt c), worden vastgesteld volgens de in artikel 37, lid 2, bedoelde procedure.