Art. 16 Verordening (EG) nr. 834/2007, Toelatingscriteria voor producten en stoffen die in de landbouw worden gebruikt

Verordening (EG) nr. 834/2007

1. Volgens de in artikel 37, lid 2, bedoelde procedure verleent de Commissie toelating voor, en stelt zij een limitatieve lijst op van producten en stoffen die voor de volgende doeleinden in de biologische landbouw mogen worden gebruikt:

a) gewasbeschermingsmiddelen;

b) meststoffen en bodemverbeteraars;

c) niet-organische voedermiddelen van plantaardige oorsprong, voedermiddelen van dierlijke en minerale oorsprong en bepaalde in diervoeding gebruikte stoffen;

d) toevoegingsmiddelen voor diervoeders en technische hulpstoffen;

e) producten voor het schoonmaken en ontsmetten van bassins, kooien, gebouwen en installaties voor dierlijke productie;

f) producten voor het schoonmaken en ontsmetten van gebouwen en installaties voor plantaardige productie, inclusief opslag in een landbouwbedrijf.

Producten en stoffen die op de limitatieve lijst staan vermeld, worden alleen gebruikt voor zover het betrokken gebruik in de algemene landbouw van de betrokken lidstaten is toegelaten overeenkomstig de toepasselijke communautaire bepalingen of overeenkomstig de nationale bepalingen die in overeenstemming zijn met de Gemeenschapswetgeving.

2. De toelating van de in lid 1 genoemde producten en stoffen geschiedt in overeenstemming met de in titel II vastgestelde doelstellingen en beginselen en onderstaande algemene en specifieke criteria, die in hun totaliteit worden beoordeeld:

a) de producten of stoffen zijn noodzakelijk voor duurzame productie en zijn essentieel voor het beoogde gebruik;

b) alle producten en stoffen zijn van plantaardige, dierlijke, microbiële of minerale oorsprong, tenzij producten of stoffen van dergelijke oorsprong niet in voldoende hoeveelheden of in de juiste kwaliteit beschikbaar zijn of er geen alternatieven voorhanden zijn;

c) voor de in lid 1, punt a), bedoelde producten geldt het volgende:

i) het gebruik ervan is essentieel voor de bestrijding van een schadelijk organisme of een bijzondere ziekte waarvoor geen andere biologische, fysische, kweek- of teeltgerelateerde of andere doeltreffende beheerspraktijk beschikbaar is;

ii) producten die niet van plantaardige, dierlijke, microbiële of minerale oorsprong zijn en niet identiek zijn aan hun natuurlijke vorm kunnen alleen worden toegelaten indien hun gebruiksvoorwaarden elk direct contact met het eetbare gedeelte van het gewas uitsluiten;

d) het gebruik van de in lid 1, punt b), bedoelde producten is essentieel voor het vruchtbaar maken of houden van de bodem, voor de naleving van specifieke voedingsvoorschriften inzake gewassen of voor specifieke doelstellingen op het gebied van bodemverbetering;

e) voor de in lid 1, punten c) en d), bedoelde producten geldt het volgende:

i) de producten en stoffen zijn noodzakelijk voor het handhaven van de gezondheid, het welzijn en de vitaliteit van de dieren en dragen bij tot een passend dieet dat voorziet in de fysiologische en gedragsbehoeften van de betrokken soort, of het is zonder deze stoffen onmogelijk dit voeder te produceren of te bewaren;

ii) voeder van minerale oorsprong, spoorelementen, vitaminen of provitaminen zijn van natuurlijke oorsprong. Indien deze stoffen niet beschikbaar zijn, mogen chemisch duidelijk omschreven analoge stoffen voor gebruik in biologische productie worden toegelaten.

3. a) Volgens de in artikel 37, lid 2, bedoelde procedure kan de Commissie voorwaarden en beperkingen vaststellen met betrekking tot de landbouwproducten ten aanzien waarvan de in lid 1 bedoelde producten en stoffen mogen worden toegepast, de toepassingsmethode, de dosering, de tijdslimieten voor het gebruik en het contact met de landbouwproducten en kan zij, indien nodig, besluiten deze producten of stoffen van de lijst te verwijderen.

b) Een lidstaat die van oordeel is dat een product of een stof aan de in lid 1 bedoelde lijst moet worden toegevoegd of daarvan moet worden verwijderd of dat de in punt a) bedoelde gebruiksvoorwaarden moeten worden gewijzigd, zorgt voor motivering van die toevoeging, verwijdering of wijziging in een dossier dat hij langs de officiële weg aan de Commissie en de lidstaten doet toekomen.

Verzoeken tot wijziging of intrekking, alsmede besluiten ter zake worden bekendgemaakt.

c) Producten en stoffen die vóór de vaststelling van deze verordening werden gebruikt voor doeleinden die stroken met het bepaalde in lid 1, mogen na de bedoelde vaststelling verder worden gebruikt. De Commissie kan dergelijke producten of stoffen hoe dan ook volgens de in artikel 37, lid 1, bedoelde procedure van de lijst verwijderen.

4. De lidstaten kunnen op hun grondgebied voorschriften vaststellen betreffende het gebruik in de biologische landbouw voor andere dan de in lid 1, punten a) tot en met f), bedoelde doeleinden, mits voor het gebruik ervan de in titel II neergelegde doelstellingen en beginselen en de in lid 2 genoemde algemene en specifieke criteria gelden en het Gemeenschapsrecht in acht wordt genomen. De betrokken lidstaten stellen de overige lidstaten en de Commissie van die nationale regels in kennis.

5. Het gebruik van producten en stoffen die niet onder lid 1 en lid 4 vallen is in de biologische landbouw toegestaan, op voorwaarde dat zulks met de doelstellingen en beginselen van titel II en met de algemene criteria van dit artikel in overeenstemming is.