Art. 22 Verordening (EG) nr. 834/2007, Buitengewone productievoorschriften
1. Volgens de in artikel 37, lid 2, bedoelde procedure, en met inachtneming van de in lid 2 vastgestelde voorwaarden en de in titel II vastgestelde doelstellingen en beginselen kan de Commissie uitzonderingen op de in de hoofdstukken 1 tot en met 4 vastgestelde productievoorschriften toestaan.
2. De in lid 1 bedoelde uitzonderingen blijven tot een minimum beperkt, zijn in voorkomend geval van beperkte duur en worden alleen in de volgende gevallen toegestaan:
a) wanneer zij nodig zijn om ervoor te zorgen dat de biologische productie kan worden gestart of gehandhaafd op bedrijven die geconfronteerd worden met klimatologische, geografische of structurele beperkingen;
b) wanneer zij nodig zijn om de toegang tot diervoeders, zaaigoed en vegetatief teeltmateriaal, levende dieren en andere landbouwproductiemiddelen te garanderen, wanneer dergelijke productiemiddelen niet in biologische vorm in de handel verkrijgbaar zijn;
c) wanneer zij nodig zijn om de toegang tot ingrediënten van agrarische oorsprong te garanderen, wanneer dergelijke ingrediënten niet in biologische vorm in de handel verkrijgbaar zijn;
d) wanneer zij nodig zijn om specifieke problemen op te lossen die verband houden met het beheer van biologisch vee;
e) wanneer zij nodig zijn om, in verband met het gebruik van specifieke producten en stoffen in de verwerking zoals bedoeld in artikel 19, lid 2, onder b), de productie te garanderen van welbekende levensmiddelen in biologische vorm;
f) wanneer tijdelijke maatregelen nodig zijn om de biologische productie voort te zetten of opnieuw op te zetten in het geval van een ramp;
g) wanneer het gebruik noodzakelijk is van levensmiddelenadditieven en andere stoffen zoals bedoeld in artikel 19, lid 2, punt b), of van toevoegingsmiddelen voor diervoeders en andere stoffen zoals bedoeld in artikel 16, lid 1, punt d), en deze stoffen niet op de markt beschikbaar zijn in de vorm van niet door GGO’s geproduceerde stoffen;
h) wanneer het gebruik van levensmiddelenadditieven en andere stoffen zoals bedoeld in artikel 19, lid 2, punt b), of van toevoegingsmiddelen voor diervoeders zoals bedoeld in artikel 16, lid 1, punt d), voorgeschreven is bij Gemeenschapsrecht of nationaal recht.
3. De Commissie kan volgens de in artikel 37, lid 2, bedoelde procedure specifieke voorwaarden vaststellen voor het toepassen van de in lid 1 bedoelde uitzonderingen.