Art. 12 Richtlijn 2007/64/EG, Intrekking van de vergunning
1. De bevoegde autoriteiten kunnen de vergunning die is verleend aan de betalingsinstelling alleen dan intrekken wanneer:
a) de instelling binnen een termijn van twaalf maanden geen gebruikmaakt van de vergunning, uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven geen gebruik van de vergunning te zullen maken of de werkzaamheden gedurende een periode van meer dan zes maanden heeft gestaakt, tenzij de betrokken lidstaat heeft bepaald dat in die gevallen de vergunning vervalt;
b) de instelling de vergunning heeft verkregen door middel van valse verklaringen of op enige andere onregelmatige wijze;
c) de instelling niet meer voldoet aan de voorwaarden voor het verlenen van een vergunning;
d) de instelling door de voortzetting van haar betalingsdienstenbedrijf een bedreiging voor de stabiliteit van het betalingssysteem zou vormen, of
e) wanneer een van de overige gevallen van intrekking waarin de nationale voorschriften voorzien, zich voordoet.
2. Iedere intrekking van een vergunning moet worden gemotiveerd en aan de belanghebbenden worden meegedeeld.
3. De intrekking van een vergunning wordt openbaar gemaakt en mag door de bevoegde autoriteit ook aan de belanghebbenden worden meegedeeld.