Art. 16 Richtlijn 2007/64/EG, Werkzaamheden

Richtlijn 2007/64/EG

1. Afgezien van het aanbieden van de in de bijlage vermelde betalingsdiensten mogen betalingsinstellingen de volgende werkzaamheden uitoefenen:

a) het verrichten van operationele en daarmee nauw samenhangende nevendiensten, zoals het zorgen voor de uitvoering van betalingstransacties, valutawisseldiensten, bewaringsactiviteiten en de opslag en verwerking van gegevens;

b) de exploitatie van betalingssystemen, onverminderd artikel 28;

c) andere bedrijfswerkzaamheden dan het aanbieden van betalingsdiensten, met inachtneming van de toepasselijke nationale en communautaire wetgeving.

2. Wanneer betalingsinstellingen overgaan tot het aanbieden van een of meer betalingsdiensten als bedoeld in de bijlage, mogen zij alleen betaalrekeningen aanhouden die uitsluitend voor betalingstransacties wordt gebruikt; geldmiddelen die betalingsinstellingen in verband met het aanbieden van betalingsdiensten van betalingsdienstgebruikers ontvangen, zijn geen deposito’s of andere terugbetaalbare gelden in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2006/48/EG, noch elektronisch geld in de zin van artikel 1, lid 3, van Richtlijn 2000/46/EG.

3. Betalingsinstellingen mogen de in de punten 4, 5 en 7 van de bijlage bedoelde kredieten in verband met betalingsdiensten alleen verlenen indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a) het krediet is een aanvullend krediet en wordt uitsluitend verstrekt in verband met de uitvoering van een betalingstransactie;

b) niettegenstaande de nationale voorschriften inzake kredietverlening via creditcards, wordt het in verband met een betaling verleende krediet dat wordt uitbetaald overeenkomstig artikel 10, lid 9, en artikel 25, terugbetaald binnen een korte termijn, die in geen geval meer dan twaalf maanden mag bedragen;

c) een dergelijk krediet wordt niet verleend uit middelen die zijn ontvangen of die worden aangehouden voor het uitvoeren van toekomstige betalingstransacties;

d) het eigen vermogen van de betalingsinstelling staat te allen tijde, naar tevredenheid van de toezichthoudende autoriteiten, in redelijke verhouding tot het totale bedrag van het verleende krediet.

4. Tot de werkzaamheden van betalingsinstellingen behoort niet het in ontvangst nemen van deposito’s of andere terugbetaalbare gelden in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2006/48/EG.

5. Deze richtlijn laat de nationale maatregelen tot uitvoering van Richtlijn 87/102/EEG onverlet. Deze richtlijn laat tevens andere toepasselijke communautaire of nationale wetgeving onverlet betreffende niet door deze richtlijn geharmoniseerde aspecten van de voorwaarden voor kredietverlening aan consumenten overeenkomstig de communautaire wetgeving.