Art. 17 Richtlijn 2007/64/EG, Gebruik van agenten, bijkantoren of instellingen waaraan werkzaamheden worden uitbesteed
1. Een betalingsinstelling die voornemens is betalingsdiensten aan te bieden via een agent, verstrekt de bevoegde autoriteiten van haar lidstaat van herkomst de volgende informatie:
a) naam en adres van de agent;
b) een beschrijving van de interne controlemechanismen die door de agenten zullen worden gebruikt om de in Richtlijn 2005/60/EG neergelegde verplichtingen in verband met het witwassen van geld en terrorismefinanciering na te komen, en
c) de identiteit van de bestuurders en de personen die verantwoordelijk zijn voor het beleid van de agent die bij het aanbieden van betalingsdiensten wordt gebruikt, alsmede het bewijs dat zij betrouwbaar en deskundig zijn.
2. Wanneer de bevoegde autoriteiten overeenkomstig lid 1 de gegevens ontvangen, mogen zij de agent inschrijven in het krachtens artikel 13 aangelegde register.
3. Indien de bevoegde autoriteiten overwegen dat de hun verstrekte gegevens incorrect zijn, kunnen zij maatregelen treffen om de gegevens te verifiëren alvorens zij de agent in het register inschrijven.
4. Indien de bevoegde autoriteiten er na het verifiëren van de gegevens niet van overtuigd zijn dat de uit hoofde van lid 1 verstrekte gegevens correct zijn, weigeren zij de agent in te schrijven in het krachtens artikel 13 aangelegde register.
5. Een betalingsinstelling die in een andere lidstaat betalingsdiensten wenst uit te voeren door een agent in te schakelen, volgt de in artikel 25 vastgestelde procedure. Voordat de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst krachtens het onderhavige artikel een agent in het register inschrijven, stellen zij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst van dat voornemen in kennis en houden zij rekening met het standpunt van laatstgenoemde.
6. Indien de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst goede redenen hebben om te vermoeden dat, in verband met de voorgenomen inschakeling van de agent of de voorgenomen vestiging van het bijkantoor, geld wordt of werd witgewassen of dat gepoogd wordt of gepoogd werd geld wit te wassen of terrorisme te financieren in de zin van Richtlijn 2005/60/EG, of dat de inschakeling van zo’n agent of vestiging van dergelijk bijkantoor het risico op witwassen van geld of financiering van terrorisme zou verhogen, stellen zij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst daarvan in kennis, die vervolgens kunnen weigeren de agent of het bijkantoor in het register in te schrijven of, indien de registerinschrijving van de agent of het bijkantoor reeds heeft plaatsgevonden, deze kunnen doorhalen.
7. Wanneer een betalingsinstelling voornemens is operationele taken van betalingsdiensten uit te besteden, stelt zij de bevoegde autoriteiten van haar lidstaat van herkomst daarvan in kennis.
Uitbesteding van belangrijke operationele taken mag niet wezenlijk afbreuk doen aan de kwaliteit van de interne controle van de betalingsinstelling en aan het vermogen van de bevoegde autoriteiten om te controleren of de betalingsinstelling alle verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn nakomt.
Voor de toepassing van de tweede alinea wordt een operationele taak als belangrijk aangemerkt indien een gebrekkige of tekortschietende uitvoering ervan wezenlijk afbreuk zou doen de voortdurende inachtneming door een betalingsinstelling van de vergunningsvereisten van deze titel of van andere verplichtingen waaraan zij uit hoofde van deze richtlijn onderworpen is, voor haar financiële resultaten of voor de soliditeit of continuïteit van haar betalingsdiensten. De lidstaten zorgen ervoor dat betalingsinstellingen bij de uitbesteding van belangrijke operationele taken aan de volgende voorwaarden voldoen:
a) de uitbesteding leidt er niet toe dat de hoogste leiding haar verantwoordelijkheid delegeert;
b) de relatie en verplichtingen van de betalingsinstelling jegens haar cliënten uit hoofde van deze richtlijn worden niet gewijzigd;
c) de voorwaarden waaraan de betalingsinstelling moet voldoen om overeenkomstig deze titel een vergunning te verkrijgen, en om deze behouden, worden niet ondermijnd, en
d) geen van de andere voorwaarden waaronder de vergunning aan de betalingsinstelling is verleend, wordt opgeheven of gewijzigd.
8. Betalingsinstellingen zorgen ervoor dat agenten of bijkantoren die voor hun rekening handelen, de betalingsdienstgebruikers daarvan in kennis stellen.