Art. 14 Verordening (EG) nr. 1080/2006, Aanwijzing van autoriteiten
Verordening (EG) nr. 1080/2006
1. De lidstaten die deelnemen aan een operationeel programma wijzen één enkele beheersautoriteit, één enkele certificerende autoriteit en één enkele auditautoriteit aan; laatstgenoemde is gevestigd in de lidstaat van de beheersautoriteit. De certificeringsautoriteit neemt de betalingen van de Commissie in ontvangst en verricht, normaliter, de betalingen aan de eerstverantwoordelijke begunstigde.
De beheersautoriteit stelt na overleg met de in het programmagebied vertegenwoordigde lidstaten een gezamenlijk technisch secretariaat in. Dit laatste staat de beheersautoriteit, het toezichtcomité en, waar passend, de auditautoriteit bij in de uitvoering van hun respectieve taak.
2. De auditautoriteit voor het operationele programma wordt bij het uitvoeren van de in artikel 62 van Verordening (EG) nr. 1083/2006 bedoelde taken bijgestaan door een groep auditors bestaande uit een vertegenwoordiger van elke lidstaat die bijdraagt aan het operationele programma. De groep auditors wordt drie maanden na het besluit tot goedkeuring van het operationele programma opgericht. Zi j stelt haar reglement van orde vast. Zij wordt voorgezeten door de auditautoriteit voor het operationele programma.
De deelnemende lidstaat kan met eenparigheid van stemmen besluiten dat de auditautoriteit gemachtigd wordt om de taken bedoeld in artikel 62 van Verordening (EG) nr. 1083/2006, rechtstreeks in het hele door het programma bestreken grondgebied uit te oefenen, zonder dat een groep auditors zoals omschreven in de eerste alinea nodig is.
De auditors zijn onafhankelijk van het in artikel 16, lid 1, bedoelde controlesysteem.
3. Elke aan een operationeel programma deelnemende lidstaat wijst vertegenwoordigers aan die zitting hebben in het in artikel 63 van Verordening (EG) nr. 1083/2006 bedoelde toezichtcomité.