Art. 16 Verordening (EG) nr. 1080/2006, Controlesysteem
Verordening (EG) nr. 1080/2006
1. Voor de validering van de uitgaven, zet elke lidstaat een controlesysteem op aan de hand waarvan kan worden nagegaan of de meegefinancierde goederen en diensten zijn geleverd, of de uitgaven die voor op zijn grondgebied uitgevoerde concrete acties of delen van concrete acties zijn gedeclareerd, juist zijn en of die uitgaven en daarmee samenhangende concrete acties of delen van concrete acties in overeenstemming zijn met de nationale en de Gemeenschapsregels.
Daartoe wijst elke lidstaat de controleurs aan die belast zijn met de controle van de wettigheid en de rechtmatigheid van de uitgaven die worden gedeclareerd door elke begunstigde die aan de concrete actie deelneemt. De lidstaten kunnen besluiten één controleur voor het hele programmagebied aan te wijzen.
Als alleen voor de volledige concrete actie kan worden nagegaan of de meegefinancierde goederen en diensten zijn geleverd, wordt die controle verricht door de controleur van de lidstaat waarin de eerstverantwoordelijke begunstigde gevestigd is, of door de beheersautoriteit.
2. Elke lidstaat ziet erop toe dat de uitgaven binnen een termijn van drie maanden door de controleurs kunnen worden gevalideerd.