Art. 26 Richtlijn 2006/49/EG

Richtlijn 2006/49/EG

1. Wanneer geen gebruik wordt gemaakt van de in artikel 22 bedoelde ontheffing, kunnen de bevoegde autoriteiten voor de berekening van de kapitaalvereisten van bijlagen I en V en de risico's met betrekking tot cliënten bedoeld in de artikelen 28 tot en met 32 en bijlage VI op geconsolideerde basis, toestaan dat posities in de handelsportefeuille van één instelling worden gecompenseerd met posities in de handelsportefeuille van een andere instelling overeenkomstig de voorschriften van de artikelen 28 tot en met 32 en de bijlagen I, V en VI.

Zij kunnen ook toestaan dat valutaposities bij één instelling worden gecompenseerd met valutaposities bij een andere instelling, overeenkomstig de voorschriften van bijlage III en/of bijlage V. Voorts kunnen zij toestaan dat posities in grondstoffen bij één instelling worden gecompenseerd met posities in grondstoffen bij een andere instelling, overeenkomstig de voorschriften van bijlage IV en/of bijlage V.

2. De bevoegde autoriteiten kunnen compensatie toestaan met betrekking tot de handelsportefeuille-, alsmede de valuta- en grondstoffenposities van in derde landen gevestigde ondernemingen, mits tegelijkertijd wordt voldaan aan de onderstaande voorwaarden:

a) aan die ondernemingen is vergunning verleend in een derde land en zij beantwoorden aan de definitie van kredietinstelling in artikel 4, lid 1, van Richtlijn 2006/48/EG, of zijn erkende beleggingsondernemingen uit een derde land;

b) die ondernemingen voldoen op niet-geconsolideerde basis aan kapitaalvereisten die gelijkwaardig zijn aan de kapitaaltoereikendheidsvereisten van deze richtlijn; en

c) in de betrokken derde landen bestaan geen voorschriften met aanzienlijke gevolgen voor de overdracht van middelen binnen de groep.

3. De bevoegde autoriteiten mogen tevens toestemming verlenen voor compensatie als beschreven in lid 1, tussen instellingen binnen een groep waaraan in de betrokken lidstaat vergunning is verleend, op voorwaarde dat:

a) er binnen de groep een adequate verdeling van kapitaal is; en

b) het reglementaire, juridische of contractuele kader waarbinnen de instellingen werken wederzijdse financiële ondersteuning binnen de groep waarborgt

4. Bovendien mogen de bevoegde autoriteiten compensatie als beschreven in lid 1 toestaan tussen instellingen binnen een groep die voldoen aan de voorwaarden van lid 3 en elke instelling binnen die zelfde groep waaraan in een andere lidstaat vergunning is verleend, op voorwaarde dat die instelling verplicht is op niet-geconsolideerde basis te voldoen aan de haar door de artikelen 18, 20 en 28 opgelegde kapitaalvereisten.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen