Art. 115 Richtlijn 2006/48/EG

Richtlijn 2006/48/EG

1. De lidstaten mogen voor de toepassing van artikel 111, leden 1 tot en met 3 een weging van 20 % toekennen op de activa die vorderingen vertegenwoordigen op regionale en lagere overheden van de lidstaten als deze vorderingen ingevolge de artikelen 78 tot en met 83 een risicogewicht van 20 % zouden krijgen, alsmede op andere vorderingen op of gegarandeerd door deze overheden als deze vorderingen ingevolge de artikelen 78 tot en met 83 een risicogewicht van 20 % zouden krijgen. De lidstaten mogen deze factor tot 0 % verlagen voor activa die vorderingen vertegenwoordigen op regionale en lagere overheden als deze vorderingen ingevolge de artikelen 78 tot en met 83 een risicogewicht van 0 % zouden krijgen, alsmede voor andere vorderingen op of gegarandeerd door deze overheden als deze vorderingen ingevolge de artikelen 78 tot en met 83 een risicogewicht van 0 % zouden krijgen.

2. De lidstaten mogen voor de toepassing van artikel 111, leden 1 tot en met 3, een weging van 20 % toekennenop de activa die vorderingen op alsmede andere posities jegens instellingen vertegenwoordigen, met een looptijd van meer dan één tot ten hoogste drie jaar, en een weging van 50 % op de activa die vorderingen op instellingen vertegenwoordigen met een looptijd van meer dan drie jaar, mits deze vorderingen bestaan uit schuldbewijzen die zijn uitgegeven door een kredietinstelling en mits deze schuldbewijzen naar het oordeel van de bevoegde autoriteiten effectief op een markt voor professionele marktdeelnemers verhandelbaar zijn en op deze markt dagelijks worden genoteerd of waarvan de uitgifte door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de uitgevende instelling is goedgekeurd. In alle gevallen mogen deze posten niet behoren tot het eigen vermogen.