Art. 120 Richtlijn 2006/48/EG

Richtlijn 2006/48/EG

1. Een kredietinstelling mag geen gekwalificeerde deelneming hebben waarvan het bedrag meer dan 15 % van haar eigen vermogen bedraagt in een onderneming die geen kredietinstelling, financiële instelling of onderneming is met werkzaamheden die rechtstreeks in het verlengde van het bankbedrijf liggen of bestaan uit nevendiensten van het bankbedrijf, zoals leasing, factoring, beheer van beleggingsfondsen, beheer van diensten op het gebied van de gegevensverwerking, of andere, soortgelijke werkzaamheden.

2. Het totale bedrag van de gekwalificeerde deelnemingen in andere ondernemingen dan kredietinstellingen, financiële instellingen of ondernemingen met werkzaamheden die rechtstreeks in het verlengde van het bankbedrijf liggen of bestaan uit nevendiensten van het bankbedrijf, zoals leasing, factoring, beheer van beleggingsfondsen, beheer van diensten op het gebied van de gegevensverwerking, of andere, soortgelijke werkzaamheden, mag niet meer bedragen dan 60 % van het eigen vermogen van de kredietinstelling.

3. De in de leden 1 en 2 vastgestelde limieten mogen alleen in uitzonderlijke omstandigheden worden overschreden. In dat geval eisen de bevoegde autoriteiten echter dat de kredietinstelling haar eigen vermogen verhoogt of andere maatregelen van gelijke werking treft.