Art. 9 Verordening (EG) nr. 21/2004

Verordening (EG) nr. 21/2004

1. Richtsnoeren en procedures voor de toepassing van elektronische identificatie worden vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 2, bedoelde procedure.

2. De in lid 1 bedoelde besluiten worden vastgesteld om de toepassing van de algemene elektronische identificatie te verbeteren.

3. Met ingang van 1 januari 2008 is de elektronische identificatie volgens de in lid 1 bedoelde richtsnoeren en overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van deel A van de bijlage voor alle dieren verplicht.

Lidstaten met niet meer dan 600000 schapen en geiten kunnen deze elektronische identificatie echter facultatief stellen voor dieren die niet aan het intracommunautaire handelsverkeer deelnemen.

Lidstaten met niet meer dan 160000 geiten kunnen deze elektronische identificatie ook facultatief stellen voor geiten die niet aan het intracommunautaire handelsverkeer deelnemen.

4. De Commissie dient vóór 30 juni 2006 bij de Raad een verslag in over de toepassing van de elektronische identificatie, vergezeld van de passende voorstellen, waarover de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluit, teneinde de in lid 3 bedoelde datum te bevestigen of te wijzigen en, zo nodig, de technische aspecten bij te werken die nuttig zijn voor toepassing van de elektronische identificatie.

Vorige artikelen

Volgende artikelen