Art. 7 Verordening (EG) nr. 21/2004
1. De lidstaten zien erop toe dat de bevoegde autoriteit een centraal register aanlegt van alle bedrijven van de houders die op hun grondgebied actief zijn; de vervoerders worden daarin niet vermeld.
2. In dat register worden de identificatiecode van het bedrijf of, indien de bevoegde autoriteit daartoe toestemming verleent, van de houder, behoudens de vervoerder, de activiteit van de houder, het productietype (vlees of melk), alsook de gehouden diersoorten vermeld. Een houder die op permanente basis dieren houdt, telt de gehouden dieren met de door de bevoegde autoriteit van de lidstaat bepaalde frequentie en ten minste eenmaal per jaar.
3. Een bedrijf blijft in het centrale register tot drie jaar nadat het laatste dier van het bedrijf is afgevoerd. Met ingang van 9 juli 2005 wordt het register geïntegreerd in het in artikel 8, lid 1, bedoelde geautomatiseerde gegevensbestand.