Art. 126 Verordening (EG) nr. 1782/2003, Individueel maximum voor zoogkoeien
Verordening (EG) nr. 1782/2003
1. Aan elke landbouwer die zoogkoeien houdt, wordt steun verleend binnen de individuele maxima die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1254/1999.
2. De lidstaten doen het nodige om ervoor te zorgen dat de som van de premierechten voor hun grondgebied het in lid 5 vastgestelde nationale maximum niet overschrijdt en dat de in artikel 128 bedoelde nationale reserves in stand kunnen worden gehouden.
3. Als voor de in lid 2 bedoelde aanpassing de individuele maxima van landbouwers moeten worden verlaagd, gebeurt dit zonder compensatiebetaling en op basis van objectieve criteria, met name:
- de mate waarin de landbouwers hun individuele maxima hebben gebruikt gedurende de drie referentiejaren die aan het jaar 2000 voorafgaan;
- de uitvoering van een investerings- of extensiveringsprogramma in de rundvleessector;
- specifieke natuurlijke omstandigheden of de toepassing van sancties waardoor de premie gedurende ten minste één referentiejaar niet of slechts gedeeltelijk is betaald;
- andere uitzonderlijke omstandigheden waardoor de betalingen voor ten minste één referentiejaar niet stroken met de werkelijke situatie zoals geconstateerd gedurende de voorgaande jaren.
4. De premierechten die op grond van de overeenkomstig lid 2 genomen maatregel zijn ingetrokken, worden geannuleerd.
5.