Art. 123, Speciale premie
1. Aan landbouwers die op hun bedrijf mannelijke runderen houden, kan op aanvraag een speciale premie worden verleend. Deze premie wordt per kalenderjaar en per bedrijf binnen de grenzen van de regionale maxima verleend voor ten hoogste 90 dieren van elke in lid 2 en in lid 4 bedoelde leeftijdstranche.
2. De speciale premie wordt ten hoogste:
a) één keer verleend voor elke stier van ten minste negen maanden oud,
b) twee keer verleend voor elke os, namelijk:
- de eerste keer als het dier negen maanden oud is,
- de tweede keer nadat het dier 21 maanden oud is geworden.
3. Om voor de speciale premie in aanmerking te komen:
a) moet ieder dier waarvoor een aanvraag is ingediend, gedurende een nader te bepalen periode door de landbouwer worden gemest,
b) moet ieder dier tot de slacht of de uitvoer vergezeld gaan van een dierenpaspoort als bedoeld in artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1760/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juli 2000 tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor runderen en inzake de etikettering van rundvlees en rundvleesproducten(35), waarop alle relevante gegevens in verband met de premie zijn vermeld, of, als een dergelijk paspoort niet voorhanden is, van een gelijkwaardig administratief document.
4. Als in een regio het totale aantal stieren van ten minste negen maanden oud en ossen van negen tot 20 maanden oud, waarvoor een premie is aangevraagd en die voldoen aan de voorwaarden voor de verlening van de speciale premie, het in lid 8 vermelde regionale maximum overschrijdt, wordt het totale aantal dieren dat op grond van lid 2, onder a) en b), voor een premie in aanmerking komt, in het betrokken jaar per landbouwer proportioneel verlaagd.
In dit artikel wordt onder regionaal maximum het aantal dieren verstaan waarvoor in een regio en voor een bepaald kalenderjaar een speciale premie kan worden verleend.
5. In afwijking van de leden 1 en 4 kunnen de lidstaten
- op basis van objectieve criteria die deel uitmaken van een plattelandsontwikkelingsbeleid en alleen indien zowel de milieu-aspecten als de werkgelegenheidsaspecten in aanmerking worden genomen, het maximumaantal van 90 dieren per bedrijf en leeftijdstranche wijzigen of niet toepassen, en
- bij de uitoefening van die bevoegdheid besluiten lid 4 zo toe te passen dat de vereiste vermindering verwezenlijkt wordt om aan het toepasselijke regionale maximum te voldoen, zonder dat er verminderingen opgelegd worden aan kleine landbouwers die voor het jaar in kwestie geen speciale premies hebben aangevraagd voor meer dan een minimumaantal dieren dat door de betrokken lidstaat is vastgesteld.
6. De lidstaten kunnen besluiten de speciale premie te verlenen bij het slachten van de runderen. In dat geval wordt voor stieren het in lid 2, onder a), bedoelde leeftijdscriterium vervangen door een minimumslachtgewicht van 185 kg.
De premie wordt uitbetaald of doorbetaald aan de landbouwer.
Het Verenigd Koninkrijk wordt gemachtigd in Noord-Ierland een andere regeling voor de verlening van de speciale premie toe te passen dan voor de rest van zijn grondgebied.
7. De speciale premie bedraagt:
a) 210 euro per subsidiabele stier;
b) 150 euro per subsidiabele os en leeftijdstranche.
8.