Art. 62 Richtlijn 2000/12/EG, Overgangsbepalingen met betrekking tot artikel 43
1. Tot en met 31 december 2006 mogen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten hun kredietinstellingen toestaan een wegingsfactor van 50 % toe te passen op leningen die ten genoegen van die autoriteiten geheel en volledig gedekt zijn door hypotheken op kantoorgebouwen en panden voor diverse handelsdoeleinden, gelegen op het grondgebied van de lidstaten die de wegingsfactor van 50 % toestaan, als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
i) de wegingsfactor van 50 % is van toepassing op het gedeelte van de lening dat niet hoger ligt dan het volgens het onderstaande punt a), dan wel volgens b) berekende maximum:
a) 50 % van de marktwaarde van het betrokken goed.
De marktwaarde van het goed moet door twee onafhankelijke taxateurs worden berekend; zij maken onafhankelijke taxaties op het ogenblik van de lening. De laagste taxatie is het uitgangspunt voor de lening.
Het goed word minstens één keer per jaar opnieuw getaxeerd door één taxateur. Voor leningen die niet hoger liggen dan 1 miljoen EUR en 5 % van het eigen vermogen van de kredietinstelling, dient het goed ten minste eens in de drie jaar door één taxateur te worden getaxeerd;
b) 50 % van de marktwaarde van het goed of, als dit lager ligt, 60 % van de hypotheekwaarde, in lidstaten die bij wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen strikte criteria voor de berekening van hypotheekwaarden hebben vastgesteld.
De hypotheekwaarde is de waarde van het goed die is vastgesteld door een taxateur op grond van een voorzichtige prognose van de toekomstige verhandelbaarheid van het goed, rekening houdend met duurzame langetermijnaspecten van het goed, de normale en plaatselijke marktvoorwaarden, het gebruik dat op dat ogenblik van het goed wordt gemaakt en eventuele andere doeleinden waarvoor het geschikt is. Speculatieve factoren mogen niet in de hypotheekwaarde worden verrekend. De vastgestelde hypotheekwaarde moet op doorzichtige en heldere wijze worden gedocumenteerd.
De hypotheekwaarde en met name de onderliggende hypothesen in verband met de ontwikkeling van de betrokken markt moeten ten minste eens in de drie jaar, of als de marktprijzen met meer dan 10 % dalen, opnieuw worden bezien.
Zowel onder a) als onder b) wordt onder "de marktwaarde" verstaan de prijs waartegen het goed op de dag van de taxatie door een willige verkoper onderhands zou kunnen worden verkocht aan een onafhankelijke koper, in de veronderstelling dat het goed openlijk te koop wordt aangeboden, de marktvoorwaarden van dien aard zijn dat de verkoop in normale omstandigheden kan plaatsvinden en er een normale periode voorhanden is, gezien de aard van het goed, om de verkoop te sluiten;
ii) op het gedeelte van de lening dat boven de onder i) genoemde maxima ligt, wordt een wegingsfactor van 100 % toegepast;
iii) het goed moet door de eigenaar worden gebruikt of verhuurd.
De eerste alinea sluit niet uit dat de bevoegde autoriteiten van een lidstaat die op zijn grondgebied een hogere wegingsfactor toepast, onder de bovengenoemde voorwaarden kunnen toestaan dat de wegingsfactor van 50 % voor dit type leningen wordt toegepast op het grondgebied van de lidstaten die de wegingsfactor van 50 % wel toestaan.
De bevoegde autoriteiten van de lidstaten kunnen hun kredietinstellingen toestaan een wegingsfactor van 50 % toe te passen op op 21 juli 2000 uitstaande leningen, mits de in dit lid genoemde voorwaarden vervuld zijn. In dat geval wordt het goed uiterlijk 21 juli 2003 volgens de bovengenoemde criteria gewaardeerd.
Op vóór 31 december 2006 toegekende leningen blijft de wegingsfactor van 50 % van toepassing tot de vervaldag als de kredietinstelling verplicht is de contractuele bedingen na te komen.
Tot en met 31 december 2006 kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten hun kredietinstellingen tevens toestaan een wegingsfactor van 50 % toe te passen op het gedeelte van leningen dat ten genoegen van deze autoriteiten geheel en volledig gedekt is door aandelen in Finse huisvestingsmaatschappijen die onder de Finse huisvestingswet van 1991 of soortgelijke wetgeving van latere datum vallen, mits aan de in dit lid gestelde voorwaarden is voldaan.
De lidstaten brengen ter kennis van de Commissie hoe zij de bepalingen van dit lid toepassen.
2. De lidstaten kunnen een wegingsfactor van 50 % toepassen bij transacties inzake onroerendgoedleasing die vóór 31 december 2006 worden gesloten en betrekking hebben op voor beroepsdoeleinden bestemde goederen die in het land van de zetel gelegen zijn en waarop wettelijke bepalingen van toepassing zijn krachtens welke de "lessor" de volledige eigendom van het gehuurde goed behoudt zolang de huurder zijn koopoptie niet heeft uitgeoefend. De lidstaten brengen ter kennis van de Commissie hoe zij de bepalingen van dit lid toepassen.
3. Artikel 43, lid 3, laat onverlet de erkenning door de bevoegde autoriteiten van bilaterale schuldvernieuwingscontracten die zijn gesloten, in het geval van:
- België, vóór 23 april 1996,
- Denemarken, vóór 1 juni 1996,
- Duitsland, vóór 30 oktober 1996,
- Griekenland, vóór 27 maart 1997,
- Spanje, vóór 7 januari 1997,
- Frankrijk, vóór 30 mei 1996,
- Ierland, vóór 27 juni 1996,
- Italië, vóór 30 juli 1996,
- Luxemburg, vóór 29 mei 1996,
- Nederland, vóór 1 juli 1996,
- Oostenrijk, vóór 30 december 1996,
- Portugal, vóór 15 januari 1997,
- Finland, vóór 21 augustus 1996,
- Zweden, vóór 1 juni 1996, en
- het Verenigd Koninkrijk, vóór 30 april 1996.