Art. 59 Richtlijn 2000/12/EG, Observatieratio's

Richtlijn 2000/12/EG

1. In afwachting van een latere coördinatie stellen de bevoegde autoriteiten teneinde een observatiemogelijkheid te scheppen, in voorkomend geval in aanvulling op eventuele door hen gehanteerde coëfficiënten, verhoudingsgetallen vast tussen verschillende activa- en/of passivaposten van de kredietinstellingen met als doel het volgen van de solvabiliteit en de liquiditeit van de kredietinstellingen alsmede van de overige voorwaarden die van belang zijn voor de bescherming van de spaargelden.

Te dien einde bepaalt het Raadgevend Comité voor het bankwezen de inhoud van de verschillende bestanddelen van in de eerste alinea bedoelde, als observatiemogelijkheid dienende verhoudingsgetallen, en stelt het de methode vast die voor de berekening ervan moet worden gevolgd.

Zo nodig laat het Raadgevend Comité voor het bankwezen zich leiden door technisch overleg tussen de toezichthoudende autoriteiten van de betrokken categorieën instellingen.

2. De krachtens lid 1 als observatiemogelijkheid opgestelde verhoudingsgetallen worden ten minste elke zes maanden berekend.

3. Het Raadgevend Comité voor het bankwezen onderzoekt de resultaten van de analyses die door de in lid 1, derde alinea, bedoelde toezichthoudende autoriteiten zijn verricht op basis van de in lid 2 bedoelde berekeningen.

4. Het Raadgevend Comité voor het bankwezen kan de Commissie voorstellen doen met het oog op de coördinatie van de in de lidstaten geldende coëfficiënten.