Art. 64 Richtlijn 2000/12/EG, Overgangsbepalingen met betrekking tot artikel 49
1. Indien op 5 februari 1993 een kredietinstelling reeds een risico of risico's had aangegaan dat of die de voor grote risico's geldende grenswaarden of de grenswaarde voor het totaal der grote risico's, als bepaald in artikel 49, overschreed of overschreden, verlangen de bevoegde autoriteiten dat de betrokken kredietinstelling de nodige maatregelen neemt om het betrokken risico of de betrokken risico's te verlagen tot het niveau dat in artikel 49 is bepaald.
2. De wijze waarop het risico of de risico's tot het toegestane niveau wordt of worden verlaagd, wordt uitgewerkt, goedgekeurd, toegepast en voltooid binnen de termijn die de bevoegde autoriteiten in overeenstemming achten met het beginsel van gezonde bedrijfsvoering en eerlijke concurrentie. De bevoegde autoriteiten stellen de Commissie en het Raadgevend Comité voor het bankwezen in kennis van het tijdschema voor de gehanteerde algemene werkwijze.
3. Een kredietinstelling mag geen maatregelen nemen die tot gevolg zouden hebben dat de in lid 1 bedoelde risico's de waarde overschrijden die zij op 5 februari 1993 hadden.
4. De in lid 2 bedoelde termijn loopt uiterlijk op 31 december 2001 af. Risico's met een langere looptijd waarvoor de contractvoorwaarden door de leningverstrekkende instelling moeten worden nageleefd, mogen echter tot het verstrijken van die looptijd worden voortgezet.
5. Tot en met 31 december 1998 beschikken de lidstaten over de mogelijkheid de in artikel 49, lid 1, gestelde grenswaarde tot 40 % en de in artikel 49, lid 2, gestelde grenswaarde tot 30 % te verhogen. Onverminderd de leden 1, 2, 3 en 4, loopt de termijn om de bij het verstrijken van deze periode bestaande risico's tot de in artikel 49 bedoelde niveaus terug te brengen, in dat geval op 31 december 2001 af.
6. Uitsluitend voor kredietinstellingen waarvan het eigen vermogen niet meer dan 7 miljoen EUR bedraagt, mogen de lidstaten de in lid 5 bedoelde termijnen met vijf jaar verlengen. De lidstaten die van de in dit lid vervatte mogelijkheid gebruikmaken, nemen maatregelen om concurrentievervalsing te voorkomen en stellen de Commissie en het Raadgevend Comité voor het bankwezen daarvan in kennis.
7. In de in de leden 5 en 6 bedoelde gevallen kan een risico als groot worden beschouwd indien de waarde ervan ten minste 15 % van het eigen vermogen bedraagt.
8. Tot en met 31 december 2001 kunnen de lidstaten de frequentie van de in artikel 48, lid 2, tweede streepje, bedoelde melding van grote risico's wijzigen in ten minste twee keer per jaar.
9. De lidstaten kunnen geheel of gedeeltelijk van de toepassing van artikel 49, leden 1, 2 en 3, uitsluiten de door een kredietinstelling aangegane risico's die bestaan uit hypothecaire leningen als omschreven in artikel 62, lid 1, die zijn gesloten vóór 1 januari 2002, alsmede transacties inzake financieringshuur van onroerende goederen als omschreven in artikel 62, lid 2, die zijn gesloten vóór 1 januari 2002, een en ander tot 50 % van de waarde van het betrokken onroerend goed.
Dezelfde behandeling geldt voor leningen die ten genoegen van de bevoegde autoriteiten zijn gegarandeerd door aandelen in Finse bedrijven voor de bouw van residentiële woningen, die werkzaam zijn volgens de Finse wet op de woningbouwverenigingen van 1991 of latere gelijkwaardige wetgeving, die gelijk zijn aan de in de eerste alinea bedoelde hypothecaire leningen.