Art. 60 Richtlijn 2000/12/EG, Technische aanpassingen

Richtlijn 2000/12/EG

1. Onverminderd het in artikel 34, lid 3, tweede alinea, genoemde verslag, worden wat betreft het eigen vermogen de op de onderstaande gebieden aan te brengen technische aanpassingen vastgesteld volgens de procedure van lid 2:

- verduidelijking van de definities om bij de toepassing van de onderhavige richtlijn rekening te houden met de ontwikkelingen op de financiële markten;

- verduidelijking van de definities teneinde een eenvormige toepassing van deze richtlijn binnen de Gemeenschap te waarborgen;

- aanpassing van de terminologie en van de verwoording van de definities aan latere richtlijnen inzake het bankwezen en aanverwante onderwerpen;

- definitie van zone A in artikel 1, punt 14;

- definitie van multilaterale ontwikkelingsbanken in artikel 1, punt 19;

- wijziging van het bedrag van het in artikel 5 vereiste aanvangskapitaal om rekening te houden met de economische en monetaire ontwikkelingen;

- uitbreiding van de in de artikelen 18 en 19 bedoelde lijst in bijlage I of aanpassing van de terminologie van de lijst om rekening te houden met de ontwikkelingen op de financiële markten;

- de in artikel 28 genoemde gebieden waarop de bevoegde autoriteiten gegevens moeten uitwisselen;

- wijziging van de omschrijving van de activa in artikel 43 om rekening te houden met de ontwikkelingen op de financiële markten;

- de lijst en de indeling van de posten buiten de balanstelling in de bijlagen II en IV en hun behandeling bij de berekening van de ratio als omschreven in de artikelen 42, 43 en 44 en in bijlage III;

- een tijdelijke verlaging van de in artikel 47 vastgestelde minimumratio of van de in artikel 43 vastgestelde wegingsfactoren, om rekening te houden met specifieke omstandigheden;

- verduidelijking van de uitzonderingen genoemd in artikel 49, leden 5 tot en met 10.

2. De Commissie wordt bijgestaan door een comité.

Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van het bepaalde in artikel 8 van dat besluit.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

Het comité stelt zijn reglement van orde vast.