Art. 48 Richtlijn 2000/12/EG, Melding van grote risico's
1. Een risico van een kredietinstelling met betrekking tot een cliënt of een groep van verbonden cliënten wordt als groot beschouwd indien de waarde ervan 10 % of meer van haar eigen vermogen bedraagt.
2. De grote risico's, zoals omschreven in lid 1, worden door de kredietinstelling aan de bevoegde autoriteiten gemeld. De lidstaten bepalen dat deze melding, naar hun keuze, plaatsvindt volgens een van de volgende twee formules:
- melding van alle grote risico's ten minste eenmaal per jaar, gecombineerd met mededeling in de loop van het jaar van alle nieuwe grote risico's en van een toeneming van bestaande grote risico's met ten minste 20 % ten opzichte van de laatste mededeling;
- melding van alle grote risico's ten minste viermaal per jaar.
3. Melding in de zin van lid 2 behoeft evenwel niet plaats te vinden voor risico's die op grond van artikel 49, lid 7, onder a), b), c), d), f), g) en h), zijn vrijgesteld. Voor de risico's die in artikel 49, lid 7, onder e) en i) tot en met s), en leden 8, 9 en 10, worden bedoeld, hoeft de in lid 2, tweede streepje, bedoelde melding slechts tweemaal per jaar plaats te vinden.
4. De bevoegde autoriteiten eisen dat er in elke kredietinstelling een goede administratieve en boekhoudkundige organisatie en adequate interne controleprocedures bestaan voor het vaststellen en vastleggen van alle grote risico's en daarin optredende wijzigingen, zoals omschreven en vereist in deze richtlijn, alsmede voor het toetsen van deze risico's aan het risicobeleid van de kredietinstelling.
Wanneer een kredietinstelling gebruikmaakt van lid 3, dient zij de gegevens omtrent de beweegredenen daarvoor gedurende een jaar na het tot ontheffing aanleiding gevende feit te bewaren, teneinde de bevoegde autoriteiten in staat te stellen de rechtmatigheid daarvan te verifiëren.