Art. 51 Richtlijn 2000/12/EG, Beperkingen aan gekwalificeerde deelnemingen welke geen financieringsdeelnemingen zijn

Richtlijn 2000/12/EG

1. Een kredietinstelling mag in een onderneming die geen kredietinstelling, financiële instelling of onderneming met werkzaamheden als bedoeld in artikel 43, lid 2, onder f), van Richtlijn 86/635/EEG is, geen gekwalificeerde deelneming hebben waarvan het bedrag meer dan 15 % van haar eigen vermogen bedraagt.

2. Het totale bedrag van de gekwalificeerde deelnemingen in andere ondernemingen dan kredietinstellingen, financiële instellingen of ondernemingen met werkzaamheden als bedoeld in artikel 43, lid 2, onder f), van Richtlijn 86/635/EEG, mag niet meer bedragen dan 60 % van het eigen vermogen van de kredietinstelling.

3. De lidstaten hebben de mogelijkheid de in de leden 1 en 2 vastgestelde limieten niet toe te passen op deelnemingen in verzekeringsondernemingen in de zin van Richtlijn 73/239/EEG(18) en van Richtlijn 79/267/EEG(19).

4. Aandelen die wegens een financiële bijstandsoperatie ter sanering of redding van een onderneming, of wegens de overname van een effectenemissie voor de normale duur van die overname, of in eigen naam maar voor rekening van derden, tijdelijk worden gehouden, worden voor de berekening van de in de leden 1 en 2 vastgestelde limieten niet meegeteld in de gekwalificeerde deelnemingen. Aandelen die niet het karakter van financiële vaste activa in de zin van artikel 35, lid 2, van Richtlijn 86/635/EEG hebben, worden niet meegeteld.

5. De in de leden 1 en 2 vastgestelde limieten mogen alleen in uitzonderlijke omstandigheden worden overschreden. In dat geval eisen de bevoegde autoriteiten echter dat de kredietinstelling haar eigen vermogen verhoogt of andere maatregelen van gelijke werking treft.

6. De lidstaten kunnen bepalen dat de bevoegde autoriteiten de in de leden 1 en 2 vastgestelde limieten niet toepassen indien zij voorschrijven dat het gedeelte van de gekwalificeerde deelneming dat deze limieten te boven gaat, voor 10 % door eigen vermogen moet zijn gedekt en dat dit gedeelte niet in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de solvabiliteitsratio. In geval van overschrijding van zowel de in lid 1 als de in lid 2 gestelde limiet, dient het grootste van de overschrijdende gedeelten door eigen vermogen te worden gedekt.