Art. 43 Richtlijn 2000/12/EG, Risicowegingsfactoren

Richtlijn 2000/12/EG

1. Op de hierna vermelde activacategorieën worden de daarbij aangegeven wegingsfactoren toegepast, tenzij de bevoegde autoriteiten het dienstig achten hogere factoren vast te stellen:

a) Wegingsfactor 0 %

1. kasmiddelen en gelijkwaardige posten;

2. activa die vorderingen op centrale overheden en centrale banken van zone A vertegenwordigen;

3. activa die vorderingen op de Europese Gemeenschappen vertegenwoordigen;

4. activa die uit uitdrukkelijk door centrale overheden en centrale banken van zone A of door de Europese Gemeenschappen gegarandeerde vorderingen vertegenwoordigen;

5. activa die vorderingen op centrale overheden en centrale banken van zone B vertegenwoordigen, luidende en gefinancierd in de nationale valuta van de leningnemer;

6. activa die vorderingen vertegenwoordigen welke uitdrukkelijk zijn gegarandeerd door centrale overheden en centrale banken van zone B, luidende en gefinancierd in de gemeenschappelijke nationale valuta van de garant en de leningnemer;

7. activa die ten genoegen van de bevoegde autoriteiten zijn gegarandeerd door onderpand in de vorm van effecten die zijn uitgegeven door centrale overheden of centrale banken van zone A of door de Europese Gemeenschappen, door deposito's in contanten bij de leningverstrekkende instelling of door certificaten van deposito of soortgelijk papier, uitgegeven door en gedeponeerd bij laatstgenoemde instelling.

b) Wegingsfactor 20 %

1. activa die vorderingen op de EIB vertegenwoordigen;

2. activa die vorderingen op multilaterale ontwikkelingsbanken vertegenwoordigen;

3. activa die vorderingen vertegenwoordigen welke uitdrukkelijk zijn gegarandeerd door de EIB;

4. activa die vorderingen vertegenwoordigen welke uitdrukkelijk zijn gegarandeerd door multilaterale ontwikkelingsbanken;

5. activa die vorderingen op regionale of lokale overheden van zone A vertegenwoordigen, behoudens het bepaalde in artikel 44;

6. activa die vorderingen vertegenwoordigen welke uitdrukkelijk zijn gegarandeerd door regionale of lokale overheden van zone A behoudens het bepaalde in artikel 44;

7. activa die vorderingen op kredietinstellingen van zone A vertegenwoordigen, en die geen eigen vermogen van die instellingen zijn;

8. activa die vorderingen op kredietinstellingen van zone B vertegenwoordigen met een looptijd van ten hoogste een jaar, met uitzondering van door deze instellingen uitgegeven effecten die als bestanddelen van hun eigen vermogen zijn erkend;

9. activa die uitdrukkelijk zijn gegarandeerd door kredietinstellingen van zone A;

10. activa die vorderingen met een looptijd van ten hoogste een jaar vertegenwoordigen, welke uitdrukkelijk zijn gegarandeerd door kredietinstellingen van zone B;

11. activa die ten genoegen van de bevoegde autoriteiten zijn gegarandeerd door onderpand in de vorm van effecten die zijn uitgegeven door de EIB of door multilaterale ontwikkelingsbanken;

12. liquide middelen in de inningsfase.

c) Wegingsfactor 50 %

1. leningen die ten genoegen van de bevoegde autoriteiten geheel en volledig zijn gegarandeerd door hypotheken op woningen die worden of zullen worden bewoond of verhuurd door de leningnemers en leningen die, ten genoegen van de bevoegde autoriteiten, volledig zijn gegarandeerd door aandelen in Finse bedrijven voor de bouw van residentiële woningen, die werkzaam zijn volgens de Finse wet op de woningbouwverenigingen van 1991 of latere gelijkwaardige wetgeving ten aanzien van residentiële eigendommen die zullen worden bewoond of verhuurd door de leningnemer;

"door hypotheek gedekte waardepapieren" die kunnen worden gelijkgesteld aan de in de eerste alinea of de in artikel 62, lid 1, bedoelde leningen indien de bevoegde, autoriteiten, rekening houdend met het in elke lidstaat geldende rechtskader, van oordeel zijn dat zij ten aanzien van het kredietrisico gelijkwaardig zijn. Onverminderd de soorten waardepapieren die door dit punt kunnen worden bestreken en die aan de voorwaarden ervan voldoen, kunnen "door hypotheek gedekte waardepapieren" mede instrumenten omvatten in de zin van deel B, punt 1, onder a) en b), van de bijlage bij Richtlijn 93/22/EEG van de Raad(17). In het bijzonder moet ten genoegen van de bevoegde autoriteiten zijn aangetoond:

i) dat deze waardepapieren volledig en rechtstreeks zijn gedekt door een pool van hypotheken van gelijke aard als die welke in de eerste alinea of in artikel 61, lid 1, zijn omschreven, en die ten tijde van de uitgifte van de betrokken waardepapieren volledig operationeel zijn;

ii) dat de beleggers in door hypotheek gedekte waardepapieren hetzij rechtstreeks, hetzij via een trustee of in hun opdracht handelend vertegenwoordiger, een recht van aanvaardbare rang met hoge prioriteit hebben op de onderliggende door hypotheek belichaamde actiefposten naar evenredigheid van hun aandeel in de waardepapieren;

2. overlopende posten: op deze activa wordt de voor de tegenpartij geldende wegingsfactor toegepast wanneer de kredietinstelling deze overeenkomstig Richtlijn 86/635/EEG kan bepalen; wanneer de kredietinstelling niet in staat is om de tegenpartij te bepalen, past zij een forfaitaire wegingsfactor van 50 % toe.

d) Wegingsfactor 100 %

1. activa die vorderingen op centrale overheden en centrale banken van zone B vertegenwoordigen, tenzij deze luiden en gefinancierd zijn in de nationale valuta van de leningnemers;

2. activa die vorderingen op regionale en lokale overheden van zone B vertegenwoordigen;

3. activa die vorderingen op kredietinstellingen van zone B vertegenwoordigen met een looptijd van meer dan een jaar;

4. activa die vorderingen op de niet-bancaire sectoren van zone A en zone B vertegenwoordigen;

5. materiële activa in de zin van artikel 4 (activa), punt 10, van Richtlijn 86/635/EEG;

6. bezit van aandelen, deelnemingen en andere bestanddelen van het eigen vermogen van andere kredietinstellingen voorzover niet in mindering gebracht op het eigen vermogen van de leningverstrekkende instelling;

7. alle andere activa, tenzij in mindering gebracht op het eigen vermogen.

2. De volgende behandeling is van toepassing op andere dan de in lid 3 bedoelde posten buiten de balanstelling. Eerst worden de posten ingedeeld in de risicocategorieën van bijlage II. Voor posten met een volledig risico wordt de totale waarde in aanmerking genomen; voor posten met een middelgroot risico 50 % van de waarde; voor posten met een middelgroot/laag risico 20 % van de waarde; de waarde van de posten met een laag risico wordt vastgesteld op nul. De tweede fase bestaat erin de aldus in aanmerking genomen waarden van de posten buiten de balanstelling te vermenigvuldigen met de wegingsfactoren die gelden voor de betrokken tegenpartijen, overeenkomstig de weging van activa in lid 1 en in artikel 44. Bij overeenkomsten inzake cessie en retrocessie van activa en bij koop op termijn zonder rugdekking zijn de wegingsfactoren die welke gelden voor de betrokken activa, en niet die welke gelden voor de tegenpartijen bij de transacties. Op het niet-gestorte gedeelte van de inschrijvingen op het kapitaal van het Europees Investeringsfonds mag een wegingsfactor van 20 % worden toegepast.

3. De methoden van bijlage III worden toegepast op de in bijlag IV vermelde posten buiten de balanstelling, behalve voor:

- contracten die verhandeld worden op erkende beurzen,

- valutacontracten (uitgezonderd contracten betreffende goudtransacties) met een oorspronkelijke looptijd van 14 kalenderdagen of minder.

Tot en met 31 december 2006 kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten een vrijstelling van de methoden van bijlage III toestaan voor OTC-contracten die worden gecleard door een clearinginstelling die optreedt als de wettelijke tegenpartij, en waarbij alle deelnemers het risico dat zij voor de clearinginstelling belichamen, dagelijks volledig met onderpand dekken, zodat bescherming wordt geboden tegen zowel het huidige risico als het potentiële toekomstige risico. De bevoegde autoriteiten moeten ervan overtuigd zijn dat het gestelde onderpand dezelfde mate van bescherming biedt als onderpand in de zin van lid 1, onder a), punt 7, en dat het gevaar dat de gezamenlijke risico's van de clearinginstelling boven de marktwaarde van het geplaatste onderpand uitstijgen, wordt geëlimineerd. De lidstaten lichten de Commissie in over het gebruik dat zij van deze keuzemogelijkheid maken.

4. Indien voor posten buiten de balanstelling uitdrukkelijke garanties zijn verstrekt, worden zij gewogen als waren zij aangegaan voor de garant in plaats van de tegenpartij. Indien het risico dat voortvloeit uit transacties buiten de balanstelling, ten genoegen van de bevoegde autoriteiten, geheel en volledig is gegarandeerd door activa die in lid 1, onder a), punt 7, en in lid 1, onder b), punt 11, als passend onderpand worden aangemerkt, gelden wegingsfactoren van 0 of 20 % naar gelang van het desbetreffende onderpand.

De lidstaten kunnen een wegingsfactor van 50 % toepassen op posten buiten de balanstelling die borgstellingen of kredietgaranties met het karakter van kredietvervangingen zijn en die, ten genoegen van de bevoegde autoriteiten, geheel en volledig zijn gegarandeerd door hypotheken die voldoen aan de voorwaarden van lid 1, onder c), punt 1, mits de garant een direct recht op dat onderpand heeft.

5. Indien voor activa en posten buiten de balanstelling een lagere wegingsfactor wordt toegepast wegens het bestaan van een uitdrukkelijke garantie of van een voor de bevoegde autoriteiten aanvaardbaar onderpand, is die lagere wegingsfactor alleen van toepassing op het gedeelte dat is gegarandeerd of dat volledig door het onderpand is gegarandeerd.