Art. 6 Verordening (EG) nr. 2316/1999
Verordening (EG) nr. 2316/1999
1. In het kader van artikel 5, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 1251/1999 ontvangen de producenten van durumtarwe in de in bijlage II bij die verordening genoemde gebieden de toeslag op de areaalbetaling ten hoogste voor het aantal hectaren van het in bijlage III bij die verordening vastgestelde maximumareaal.
Voor de toepassing van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1251/1999 bestaat Pannonië in Oostenrijk uit de in bijlage IV bij de onderhavige verordening genoemde gebieden.
2. In geval van verdeling van het gegarandeerde maximumareaal over de in artikel 5, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 1251/1999 bedoelde productiegebieden en -regio's:
a) kunnen de betrokken lidstaten, wanneer de oppervlakte van een productiegebied kleiner is dan 500 ha, dit productiegebied bij een aangrenzend productiegebied voegen;
b) kan Italië rekening houden met de traditioneel met durumtarwe beteelde oppervlakten die in de periode van 1993 tot en met 1997 voor vijfjarige braaklegging zijn bestemd;
c) delen de betrokken lidstaten aan de producenten en aan de Commissie uiterlijk op 15 september van het verkoopseizoen dat voorafgaat aan dat waarvoor de areaalbetaling wordt aangevraagd, de verdeling van het gegarandeerde maximumareaal mee.
3. Het in artikel 5, vierde alinea, van Verordening (EG) nr. 1251/1999 vastgestelde specifieke steunbedrag wordt in de in bijlage V bij deze verordening genoemde gebieden, tot het aantal hectaren dat is vermeld in bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 1251/1999, toegekend voor elk perceel dat voor de in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1251/1999 bedoelde areaalbetaling voor akkerbouwgewassen in aanmerking komt en met durumtarwe is ingezaaid.
4. Met het oog op de toekenning van de in de leden 1 en 3 bedoelde steunbedragen voor durumtarwe moet de in artikel 4 van Verordening (EEG) nr. 3887/92 van de Commissie(29) bedoelde steunaanvraag "oppervlakten" alle gegevens bevatten aan de hand waarvan de met durumtarwe ingezaaide percelen kunnen worden geïdentificeerd en vergezeld gaan van het bewijs dat gecertificeerd zaad is gebruikt.
Steun voor durumtarwe mag slechts worden aangevraagd indien:
a) een areaalbetaling wordt aangevraagd voor eenzelfde aantal hectaren durumtarwe;
b) zaad is gebruikt dat is gecertificeerd overeenkomstig Richtlijn 66/402/EEG van de Raad(30).
5. De lidstaten stellen aan de hand van de gebruikelijke agronomische praktijken in de betrokken lidstaat de minimaal te gebruiken hoeveelheid gecertificeerd zaad vast.
Deze hoeveelheid mag worden bereikt in de overgangsperiode van maximaal drie jaar die op 1 juli 1998 is begonnen, overeenkomstig de specifieke maatregelen die door de lidstaten uiterlijk op 30 juni 1998 aan de Commissie zijn meegedeeld.
6. De toeslag en het specifieke steunbedrag voor durumtarwe worden gelijktijdig met de areaalbetaling uitbetaald.