Art. 10 Verordening (EG) nr. 2316/1999
Verordening (EG) nr. 2316/1999
1. Om te bepalen of het in artikel 2, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1251/1999 bedoelde regionale basisareaal is overschreden, houdt de bevoegde autoriteit van de lidstaat rekening met enerzijds het in bijlage VI vastgestelde regionale basisareaal en anderzijds de som van de oppervlakten waarvoor in de betrokken regio voor elk van de teelten met inbegrip van de desbetreffende verplichte braak gelegde grond aanvragen voor areaalbetalingen zijn ingediend. De vrijwillig braakgelegde grond moet worden gerekend bij de oppervlakten, andere dan bevloeide oppervlakten, andere dan met maïs en/of andere dan met kuilgras beteelde oppervlakte.
2. Bij de berekening van de som van de oppervlakten waarvoor steunaanvragen zijn ingediend, wordt geen rekening gehouden met aanvragen of delen van aanvragen die bij de administratieve controle duidelijk ongegrond blijken.
In voorkomend geval wordt het bij controles ter plaatse overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EEG) nr. 3887/92 vastgestelde werkelijke areaal in aanmerking genomen.
3. De overeenkomstig lid 2 gecorrigeerde som van de oppervlakten waarvoor steunaanvragen zijn ingediend, wordt verhoogd met de oppervlakten die met akkerbouwgewassen in de zin van Verordening (EG) nr. 1251/1999 zijn ingezaaid en die de basis zijn voor een steunaanvraag op grond van Verordening (EG) nr. 1254/1999 van de Raad(31).
4. Het percentage van de areaaloverschrijding wordt bepaald volgens het in bijlage VII vermelde schema.