Art. 9 Verordening (EG) nr. 2316/1999
Verordening (EG) nr. 2316/1999
1. Wanneer het regioplan overeenkomstig artikel 3, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1251/1999 tussen de opbrengsten van bevloeide en van niet-bevloeide oppervlakten onderscheidt, stellen de lidstaten regels vast om te bepalen of een oppervlakte voor een verkoopseizoen als bevloeid wordt beschouwd. In het bijzonder worden vastgesteld:
a) een lijst van akkerbouwgewassen waarvoor een op grond van de opbrengst van bevloeide oppervlakten berekende areaalbetaling kan worden betaald;
b) de irrigatie-installaties waarover het bedrijfshoofd moet beschikken; deze installaties moeten in verhouding staan tot de te bevloeien oppervlakten en moeten de hoeveelheid water kunnen aanvoeren die voor de normale ontwikkeling van het gewas gedurende de gehele vegetatiecyclus nodig is;
c) de in aanmerking te nemen bevloeiingsperiode.
2. De bepalingen van lid 1 zijn niet van toepassing wanneer bevloeiing een historisch kenmerk is van de percelen, op grond waarvan deze kunnen worden onderscheiden en geregistreerd, zoals de "regadío"-productiegebieden in Spanje.