Art. 2
1. Voor de toepassing van artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1251/1999 gelden voor de begrippen "blijvend grasland", "blijvende teelten", "meerjarige gewassen" en "herstructureringsprogramma" de in bijlage I opgenomen definities.
2. Oppervlakten waarvoor steun is verleend in het kader van een van de steunregelingen als bedoeld in titel I van Verordening (EEG) nr. 2328/91 van de Raad(24) of in Verordening (EEG) nr. 3766/91 van de Raad(25) of die, in het geval van Finland en Zweden, op grond van een nationale braakleggingsregeling zijn braakgelegd, komen voor areaalbetalingen in aanmerking.
3. De door de lidstaten in het kader van een herstructureringsprogramma voor het eerst in aanmerking genomen oppervlakten mogen ten hoogste 5 % groter zijn dan die welke in het kader van datzelfde programma voor het eerst worden uitgesloten. Bij de bepaling van de toeneming van de oppervlakten worden evenwel buiten beschouwing gelaten:
a) 2500 ha grond in de nieuwe Duitse deelstaten die in de periode van 1 januari tot en met 30 juni 1992 in de herstructurering van landbouwgrond was begrepen en die met het oog op de oogst van 1993 met akkerbouwgewassen was bebouwd;
b) het resterende gedeelte van de gronden waarvoor vóór 31 december 1991 op grond van de Verordeningen (EEG) nr. 1442/88(26) en (EEG) nr. 2239/86(27) van de Raad rooiprogramma's voor wijngaarden voor het wijnoogstjaar 1991/1992 waren goedgekeurd en waarvoor de rooimaatregelen binnen de in die verordeningen gestelde termijnen zijn uitgevoerd.
4. De lidstaten mogen op grond van artikel 7, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 1251/1999 hun totale, voor areaalbetalingen in aanmerking komende areaal noch tijdelijk, noch definitief met meer dan 0,1 % van hun totale basisareaal verhogen.
De lidstaten verstrekken de Commissie jaarlijks een lijst van de op grond van artikel 7, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 1251/1999 toegekende vergunningen, met vermelding van het aantal bedrijfshoofden, de betrokken oppervlakten en de redengeving.
In bijzondere, naar behoren met redenen omklede gevallen, kan het in de eerste alinea bedoelde maximum worden herzien volgens de procedure van artikel 23 van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad(28).
5. De in artikel 7, vierde alinea, van Verordening (EG) nr. 1251/1999 bedoelde gevallen zijn die waarin een producent relevante en objectieve redenen kan aanvoeren om binnen zijn bedrijf voor areaalbetaling in aanmerking komende grond door tot dan niet daarvoor in aanmerking komende grond te vervangen, voorzover de lidstaat zich ervan heeft vergewist dat er geen andere geldige reden is die tegen die vervanging pleit, met name wat de risico's voor het milieu betreft. In geen geval mag de vervanging tot toeneming leiden van de totale, voor areaalbetalingen in aanmerking komende oppervlakte bouwland van het bedrijf. De lidstaten stellen een regeling in, die in voorafgaande melding en goedkeuring van dergelijke vervangingen voorziet.
De lidstaten leggen de Commissie elk jaar, uiterlijk op 31 mei, een plan voor met de lijst van de criteria die voor de goedkeuring van de vervangingen zijn gehanteerd en het bewijs dat door de vervangingen het totale, voor de areaalbetalingen in aanmerking komende areaal niet is toegenomen.