Art. 4 Verordening (EG) nr. 2316/1999

Verordening (EG) nr. 2316/1999

1. De lidstaten voeren voor kool- en raapzaad een kwaliteitsverbeteringsbeleid door voor slechts die oppervlakten areaalbetalingen toe te kennen die zijn ingezaaid met "dubbel nul" (00)-rassen die vóór de betaling voor de bij Richtlijn 70/457/EEG vastgestelde gemeenschappelijke lijst voor landbouwgewassen zijn gemeld en daarin zijn opgenomen. "Dubbel nul"-rassen zijn rassen die zaden opleveren met een glucosinolaatgehalte van ten hoogste 25 μmol per gram zaad bij een vochtgehalte van 9 %, bepaald volgens EN ISO-methode 9167-1: 1995, en met een erucazuurgehalte van ten hoogste 2 % van het totale gehalte aan vetzuren, bepaald volgens EN ISO-methode 5508: 1995.

2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 mogen de lidstaten de areaalbetalingen voor met kool- en raapzaad ingezaaide oppervlakten ook voor een of meer van de volgende categorieën zaaizaad toekennen:

a) gecertificeerd zaaizaad van "00"-mengsels van rassen waarvan de componenten, in voorkomend geval met de vermelding "00", voor de gemeenschappelijke lijst voor landbouwgewassen zijn gemeld en daarin zijn opgenomen;

b) zaaizaad dat afkomstig is van de oogst van een gewas dat op hetzelfde bedrijf is geteeld door het zaaien van gecertificeerd zaaizaad van een "00"-ras en dat blijkens de analyse van een door een gemachtigde van de bevoegde nationale autoriteit genomen representatief monster een glucosinolaatgehalte heeft van ten hoogste 18,0 μmol per gram zaad bij een vochtgehalte van 9 %;

c) zaaizaad van rassen die vóór de inzaai voor inspectie en controle zijn geregistreerd voor de teelt van een gewas waarvan het zaad bestemd is om te worden gebruikt als kwekerszaad, prebasiszaad, basiszaad of gecertificeerd zaaizaad, dan wel voor onderzoek of voor proefdoeleinden om te bepalen of het ras als "00"-ras in de rassenlijst van een lidstaat en vervolgens in de gemeenschappelijke lijst voor landbouwgewassen kan worden toegevoegd;

d) gecertificeerd zaaizaad van de rassen "Bienvenu" en "Jet Neuf" waarvoor vóór de inzaai tussen de producent en een koper die daartoe uitdrukkelijk door de bevoegde instantie van de lidstaat is erkend, een teeltcontract is gesloten met het oog op de productie van zaad waaruit een voor specifieke voedingsdoeleinden bestemde olie zal worden geproduceerd;

e) zaaizaad van rassen met een erucazuurgehalte van meer dan 40 % van het totale gehalte aan vetzuren, waarvoor, vóór de inzaai, met een erkende eerste koper een teeltcontract is gesloten met het oog op de productie van zaad dat bestemd is voor een gespecificeerd gebruik voor andere dan voedingsdoeleinden of om te worden gebruikt voor de teelt van zaad voor de productie van dergelijk zaad.

3. Wanneer een lidstaat in lid 2, onder b), bedoeld zaad voor de areaalbetaling in aanmerking laat komen, neemt hij alle nodige maatregelen om vóór de inzaai vast te stellen dat het zaad aan de vereisten voldoet. Het glucosinolaatgehalte mag volgens de EN ISO 9167-1: 1995-methode of volgens de EN ISO 9167-2: 1977-methode worden bepaald. In geval van betwisting van het glucosinolaatgehalte mag alleen de EN ISO-9167-1: 1995-methode worden gebruikt.

4. Voor het verkoopseizoen 2000/2001 komen de oppervlakten die met gecertificeerd zaaizaad van de in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 658/96 vermelde rassen en mengsels van rassen zijn ingezaaid ook voor de areaalbetaling in aanmerking.

5. Voor de toepassing van het bepaalde in artikel 10, lid 9, van Verordening (EG) nr. 1251/1999 worden de in bijlage II vermelde rassen als rassen voor de productie van zonnebloempitten voor menselijke consumptie beschouwd.