Art. 7 Verordening (EG) nr. 1493/1999

Verordening (EG) nr. 1493/1999

1. Voor dit hoofdstuk gelden de volgende definities:

a) "rooien": de volledige verwijdering van alle wijnstokken op een met wijnstokken beplant perceel;

b) "aanplant": de definitieve aanplant van jonge wijnstokken of delen daarvan, al dan niet geënt, met het oog op de productie van druiven, of het kweken van entstokken;

c) "aanplantrecht": het recht om wijnstokken aan te planten krachtens een nieuwe-aanplantrecht, een herbeplantingsrecht, een aanplantrecht uit een reserve of een nieuw gecreëerd aanplantrecht overeenkomstig de voorwaarden van respectievelijk de artikelen 3, 4, 5 en 6;

d) "herbeplantingsrecht": het recht om wijnstokken aan te planten op een oppervlakte die, uitgedrukt in uitsluitend met wijnstokken beplante cultuurgrond, overeenkomt met de gerooide of te rooien oppervlakte overeenkomstig de voorwaarden van artikel 4 en artikel 5, lid 8;

e) "overenten": het enten van een wijnstok die voordien reeds werd geënt.

2. De uitvoeringsbepalingen van dit hoofdstuk worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 75.

Die bepalingen kunnen met name betrekking hebben op:

- bepalingen inzake de distillatie van de producten afkomstig van de in artikel 2, lid 7, bedoelde rassen;

- bepalingen om excessieve administratieve rompslomp bij de toepassing van dit hoofdstuk te vermijden;

- de in artikel 3, lid 2, bedoelde erkenning;

- het in artikel 4, lid 2, bedoelde naast elkaar bestaan van wijnstokken;

- de toepassing van de in artikel 5, lid 7, bedoelde verminderingscoëfficiënt;

- de werking van de in artikel 6, lid 1, bedoelde communautaire reserve. De bepalingen kunnen voor de periode tot en met 31 december 2003 met name voorzien in de toewijzing van nieuw gecreëerde aanplantrechten uit de communautaire reserve aan lidstaten voor gebruik in regio's waarvoor kan worden aangetoond dat er extra behoeften zijn waarin kan worden voorzien door de toewijzing van die nieuw gecreëerde aanplantrechten;

- bepalingen om te waarborgen dat de overeenkomstig artikel 3, lid 1, toegekende nieuwe-aanplantrechten het in artikel 2, lid 1, vastgelegde verbod op nieuwe aanplant niet ondermijnen.

3. Voor 31 december 2003, en vervolgens om de drie jaar, brengt de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement verslag uit over de werking van dit hoofdstuk. Het verslag kan, in voorkomend geval, vergezeld gaan van voorstellen voor het verlenen van aanvullende nieuw gecreëerde aanplantrechten.

Vorige artikelen

Volgende artikelen