Art. 3 Verordening (EG) nr. 1493/1999

Verordening (EG) nr. 1493/1999

1. De lidstaten kunnen producenten nieuwe-aanplantrechten toekennen voor oppervlakten:

a) die in het kader van ruilverkavelingen of onteigeningen ten algemenen nutte waartoe krachtens de nationale wetgeving is besloten, voor nieuwe aanplant zijn bestemd;

b) die voor wijnbouwexperimenten zijn bestemd;

c) die voor het kweken van entstokken zijn bestemd.

De lidstaten kunnen eveneens nieuwe-aanplantrechten toekennen voor oppervlakten waarvan de wijnbouwproducten uitsluitend bestemd zijn voor consumptie door het gezin van de wijnbouwer.

2. De lidstaten kunnen ook tot uiterlijk 31 juli 2003 nieuwe-aanplantrechten toekennen voor oppervlakten die bestemd zijn voor de productie van v.q.p.r.d. of van met een geografische aanduiding omschreven tafelwijn, wanneer is erkend dat de productie van de betrokken wijn vanwege de kwaliteit van die wijn ver bij de vraag achterblijft.

3. Nieuwe-aanplantrechten moeten worden gebruikt door de producent aan wie zij zijn toegekend en voor de oppervlakten en de doeleinden waarvoor zij zijn toegekend.

4. Nieuwe-aanplantrechten moeten worden gebruikt vóór het einde van het tweede wijnoogstjaar volgend op het wijnoogstjaar waarin zij zijn toegekend. Andere dan in lid 1 bedoelde nieuwe-aanplantrechten die in die periode niet zijn gebruikt, worden overeenkomstig artikel 5, lid 2, onder a), aan een reserve toegewezen.

5. Andere dan in lid 1 bedoelde nieuwe-aanplantrechten mogen aan de producenten slechts worden toegekend binnen de in artikel 6, lid 1, bepaalde hoeveelheden. Daarbij geldt het volgende:

a) voordat de in artikel 6 bedoelde nieuw gecreëerde aanplantrechten aan één of meer reserves worden toegewezen, verzekeren de lidstaten zich ervan dat het toekennen van de nieuwe-aanplantrechten de omvang van de in artikel 6, lid 1, bedoelde nieuw gecreëerde aanplantrechten niet verminderd tot een waarde kleiner dan nul; en

b) zodra een lidstaat de in artikel 6 bedoelde nieuw gecreëerde aanplantrechten aan één of meer reserves heeft toegewezen, brengt toekenning naderhand van een nieuwe-aanplantrecht met zich dat een aanplantrecht dat overeenkomt met een oppervlakte die, uitgedrukt in uitsluitend met wijnstokken beplante cultuurgrond, daaraan gelijk is, en dat aan de, aan het betrokken gebied gerelateerde reserve(s) is toegewezen, komt te vervallen. Indien in de betrokken reserve(s) niet meer voldoende aanplantrechten beschikbaar zijn, mogen er geen nieuwe-aanplantrechten worden toegekend.

Vorige artikelen

Volgende artikelen