Art. 9 Verordening (EG) nr. 1260/1999, Definities

Verordening (EG) nr. 1260/1999

In deze verordening wordt verstaan onder:

a) programmering: het proces van organisatie, besluitvorming en financiering dat in verscheidene fasen plaatsvindt en erop gericht is, het gezamenlijke optreden van de Gemeenschap en de lidstaten voor de verwezenlijking van de in artikel 1 bedoelde doelstellingen op een meerjarenbasis ten uitvoer te leggen;

b) ontwikkelingsplan: (hierna plan genoemd) de door een lidstaat opgestelde analyse van de situatie in het licht van de in artikel 1 bedoelde doelstellingen en van de prioritaire behoeften waarin voor het bereiken van deze doelstellingen moet worden voorzien, alsmede de overwogen strategie en actieprioriteiten, de specifieke doelstellingen daarvan en de bijbehorende indicatieve financiële middelen;

c) referentiekader van doelstelling 3: het document waarin de context beschreven staat van de bijstandspakketten ten behoeve van de werkgelegenheid en de ontwikkeling van het menselijk potentieel op het gehele grondgebied van elke lidstaat en dat voorts aangeeft wat het verband is met de prioriteiten van het nationaal actieprogramma voor de werkgelegenheid;

d) communautair bestek: het document dat door de Commissie in overleg met de betrokken lidstaat is goedgekeurd na beoordeling van het door de lidstaat ingediende plan, en waarin de strategie en de prioriteiten voor het optreden van de fondsen en van de lidstaat zijn opgenomen, alsmede de specifieke doelstellingen ervan, de bijdrage van de fondsen en de overige financiële middelen. Dit document wordt ingedeeld in prioritaire zwaartepunten en wordt door middel van één of meer operationele programma's ten uitvoer gelegd;

e) bijstandspakket: de vorm van bijstandsverlening van de fondsen, waarbij worden onderscheiden:

i) het operationele programma of het enkelvoudig programmeringsdocument;

ii) het programma in het kader van een communautair initiatief;

iii) de steun voor maatregelen op het gebied van technische hulp en voor innoverende acties;

f) operationeel programma: het door de Commissie goedgekeurde document dat erop is gericht een communautair bestek ten uitvoer te leggen en waarin een coherent geheel van prioritaire zwaartepunten is opgenomen die bestaan uit meerjarenmaatregelen en voor de uitvoering waarvan een beroep kan worden gedaan op één of meer fondsen en op één of meer andere bestaande financieringsinstrumenten alsmede op de EIB. Een geïntegreerd operationeel programma is een operationeel programma dat wordt gefinancierd door verscheidene fondsen;

g) enkelvoudig programmeringsdocument: één enkel document dat door de Commissie is goedgekeurd en waarin de in een communautair bestek op te nemen gegevens en de in een operationeel programma op te nemen gegevens zijn samengebracht;

h) prioritair zwaartepunt: één van de prioriteiten van de strategie die is bepaald in een communautair bestek of in een bijstandspakket. Bij een prioritair zwaartepunt horen een bijdrage van de fondsen en van de andere financieringsinstrumenten en de daartegenover te stellen financiële middelen van de lidstaat, alsmede specifieke doelstellingen;

i) globale subsidies: het gedeelte van een bijstandsverlening waarvan de uitvoering en het beheer kan worden toevertrouwd aan bemiddelende instanties die erkend zijn overeenkomstig artikel 27, lid 1, met inbegrip van lokale autoriteiten, maatschappijen voor regionale ontwikkeling of niet-gouvernementele organisaties, en bij voorkeur aangewend ten behoeve van initiatieven voor plaatselijke ontwikkeling. Het besluit om gebruik te maken van globale subsidies wordt door de lidstaat genomen met instemming van de Commissie of, met instemming van de lidstaat, door de beheersautoriteit.

In het geval van programma's in het kader van een communautair initiatief en van innovatieve acties kan de Commissie besluiten om voor het hele bijstandspakket of een deel ervan met een globale subsidie te werken. In het geval van de communautaire initiatieven mag dit besluit alleen met instemming van de betrokken lidstaat worden genomen;

j) maatregel: het middel waarmee een prioritair zwaartepunt in een meerjarenaanpak wordt vertaald en dat het mogelijk maakt verrichtingen te financieren. Elke steunmaatregel in de zin van artikel 87 van het Verdrag en elke steunverlening door een instantie die door de lidstaat is aangewezen, alsook elk steunmaatregelen- of steunverleningspakket of combinatie daarvan, met hetzelfde doel wordt aangemerkt als een maatregel;

k) verrichting: elk project of elke actie uitgevoerd door de eindbegunstigden van de bijstandspakketten;

l) eindbegunstigde: de instantie die, of het overheids- of privé-bedrijf dat verantwoordelijk is voor het geven van de opdracht tot de verrichting. In het geval van een steunmaatregel in de zin van artikel 87 van het Verdrag en in het geval van steunverlening door instanties die door de lidstaat zijn aangewezen, is de eindbegunstigde de instantie die de steun verleent;

m) programmacomplement: het document voor de uitvoering van de strategie en de prioritaire zwaartepunten van het bijstandspakket, met de in artikel 18, lid 3, bedoelde gedetailleerde gegevens inzake de maatregelen, dat door de lidstaat of de beheersautoriteit is opgesteld en overeenkomstig artikel 34, lid 3, aangepast wordt; dit document wordt ter informatie aan de Commissie toegezonden;

n) beheersautoriteit: door de lidstaat aangewezen nationale, regionale of plaatselijke publieke of particuliere autoriteit of instantie of de lidstaat, wanneer die deze functie zelf vervult, voor het beheer van een bijstandspakket in de zin van deze verordening. Indien de lidstaat een andere beheersautoriteit aanwijst dan zichzelf, stelt hij alle voorwaarden vast voor zijn betrekkingen met deze autoriteit en voor de betrekkingen van de beheersautoriteit met de Commissie. Indien de lidstaat daartoe besluit, kan de beheersautoriteit ook de instantie zijn die voor het betrokken bijstandspakket als betalingsautoriteit fungeert;

o) betalingsautoriteit: één of meer plaatselijke, regionale of nationale instanties of autoriteiten die door de lidstaten aangewezen zijn voor het opstellen en toezenden van de betalingsaanvragen en voor het ontvangen van de betalingen van de Commissie. De lidstaat stelt alle voorwaarden vast voor zijn betrekkingen met de betalingsautoriteit en voor de betrekkingen van die autoriteit met de Commissie.